maandag 14 november 2011

Gesprek met M.K. Perker

tekening: Niels Bongers

Ontvangt ons hartelijk in zijn kamer op de redactie van LeMan en heeft alle tijd, want even geen deadline voor LeMan. Hij is net klaar met het inkten van een pagina voor een Amerikaanse comic, de pagina moet nog drogen. Later is hij even weg om de pagina naar Amerika te faxen. Hij stelt zich voor als M.K.. Laat (zowaar lekkere) Turkse koffie komen, omdat dat “een goede smoes is om er zelf ook nog een te nemen”, later gevolgd door gewone koffie. Rookt veel, de as gaat in een asbak, peuken in een bekertje water.
Aan de muur een groot portret van Ogüz Aral (oprichter van Girgir en godfather van de huidige strip/cartoonbladen), dat ook in Harakiri #1 stond. “Onze Ataturk” noemt M.K. hem. Ook een poster van Moebius. Is hij fan van, heel lang al - zijn werk was goed verkrijgbaar in Istanbul, ook in vertaling. Uit een grote kast met brede laden laat hij tekeningen zien, m.n. illustraties, zwart/wit, inderdaad in Moebius-achtige stijl, erg mooi. Ook een paar strippagina’s, onder andere uit Harakiri. Tekent kennelijk op groot formaat. Later legt hij uit dat hij zorgvuldig omgaat met z’n originelen, al doet de grote la anders vermoeden. Na enige tijd neemt hij ze mee naar huis om ze netjes op te bergen. Bovenop de kast ligt een ongeordende stapel papier. Originelen van zijn kamergenoot Bahadir Boysal (die na een uurtje binnenkomt en aan z’n bureau gaat zitten; zegt geen boe of ba), die bij een overstroming ernstig waterschade hebben opgelopen. 
cartoon pag.3 LeMan #1031 M.K.Perker

Als kind las M.K. buitenlandse comics (Turkse waren er niet) - de cowboy-series Tom Miks en Texas waren zodanig een begrip dat comics werden aangeduid als ‘tommixes and texasses’. Maakte als kind al een wekelijks magazine dat hij aan z’n familieleden verkocht, met strips en politiek, en zelfs een tv-pagina - die hij uit een krant knipte. Hij is geboren in 1972 aan de Europese kant van Istanbul, en opgegroeid aan de Aziatische kant.
Hij kon wel goed tekenen. maar was niet goed in het bedenken van cartoons. Toen hij vijftien was, presenteerden zijn ouders hem en z’n portfolio met tekeningen bij de grote Aral, die wel wat in hem zag. Aral schreef -dat was z’n gebruikelijk manier- op een vel papier “50.000” (oude lira’s) en z’n handtekening (“Ogüz”). Daarmee moest M.K. naar de kassier van Girgir om vooruit betaald te krijgen voor vijf tekeningen. Later vroeg M.K. aan Aral of dat niet een erg grote gok was, aangezien hij er zonder tegenprestatie met het geld vandoor had kunnen gaan. “In dat geval”, zei Aral, “raak ik 50.000 kwijt en jij een carriere”. In 1989, op z’n 16de, kreeg hij een baan bij Girgir, met salaris.
In 1995 reisde M.K. naar New York om te proberen daar voet aan de grond te krijgen. Hij ging op de bonnefooi met een portfolio langs bij Mad, in een torenflat waar ook DC Comics was gevestigd. De portier vroeg of hij een afspraak had, maar dat begreep hij verkeerd en hij noemde de naam van Mad-tekenaar Aragones, die hij bewonderde (en die aan de westkust woonde, en op dat moment helemaal niet in New York was). Daarop liet de portier hem door. Aldus kreeg hij tegen alle regels in de gelegenheid zich te presenteren, maar het leidde tot niets. Na zes maanden had hij nog steeds geen werk en keerde hij terug naar Istanbul.
In 2001 probeerde hij het opnieuw, en toen lukte het wel. Als lid te zijn aangenomen bij de Society of Illustrators hielp daar zeker bij. Hij tekende series voor DC Comics (maar alleen wat hij echt de moeite waard vond; hij kreeg eerst het aanbod te tekenen aan superheldenstrips, maar heeft een hekel aan dat genre) en illustraties voor o.a. de New York Times en The Newyorker. Woonde tot februari 2011 in New York, maar bleef bewust ‘in twee werelden leven’. Al hoefde het niet voor het geld, hij bleef in Turkse bladen publiceren.
M.K. kleurt zijn strips zelf, op de computer, met alleen wat basiselementen van Photoshop. Schetsen doet hij veel, om ingevingen vast te leggen en dingen uit te proberen. Je gaat niet vooruit door te doen wat je al kunt, maar door te doen wat je nog niet kunt, zegt hij. En: neem nooit genoegen met iets dat beter kan. Al is ’t een uur voor de deadline, als hij niet tevreden is, begint hij opnieuw. Hij laat ons een “schetsboek” zien, dat eigenlijk uitsluitend helemaal uitgewerkte tekeningen bevat. Erg mooi, maar het lijken geen schetsen, eerder losse tekeningen die niet direct voor publicatie gemaakt zijn. Hij heeft acht boeken op zijn naam staan, twee in Turkije, de andere in Amerika. Zijn zwart/wit ‘graphic novel’ Insomnia Café (verschenen bij Dark Horse) is een aanrader.
Insomnia Cafe, 2009 uitg. Dark Horse USA
Masal Mafya van M.K. (hier Kutlukhan) Perker, 2000, uitg. Çinar, Istanbul

Sinds zijn terugkeer naar Istanbul is M.K. bij LeMan ‘editor’ van de pagina’s 2 en 3 (en van het omslag), de pagina’s waarop actuele cartoons verschijnen. Hij overlegt voortdurend met hoofdredacteur/eigenaar Tuncay Akgün (ook wel: “upstairs” geheten - Tuncay zit daadwerkelijk een verdieping hoger in het LeMan-gebouw). M.K. maakt de opzet van deze twee pagina’s, kiest de grappen uit, en wijst deze toe aan de tekenaars, in de regel aan een ander dan degene die de grap bedacht heeft. Hij tekent zelf ook mee aan deze pagina’s. In de nacht van zondag op maandag slaapt hij tussendoor 1 à 2 uur, op een bank in de redactieburelen. Aan het begin van de maandagmiddag is het blad klaar en gaat het naar de drukker. De rest van die middag werkt hij aan z’n Amerikaanse comic - vanwege het tijdsverschil komt dat precies goed uit. Maandagavond zijn alle deadlines gehaald en dan slaapt hij een uur of twaalf aan een stuk. (Hij heeft geen kinderen en daar dus ook helemaal geen tijd voor...)
De ‘crisisomstandigheden’ voor het vervaardigen van de pagina’s 2 en 3 is traditie. Tekenaars als hijzelf, die meer hechten aan mooie tekeningen, beginnen wel eerder, maar veel cartoonisten hechten aan de druk van het last-minute werk, en hun tekenstijl laat dat ook toe. De tekenaars van het blad vormen een team, maar ze zijn ook elkaars concurrenten, om wie de beste strips en cartoons maakt. 
Begin dit jaar startte M.K. samen met een aantal andere tekenaars van LeMan het maandblad Harakiri. De overheid viel over het tweede nummer -omdat het verderfelijk voor de jeugd zou zijn en aan zou zetten tot overspel- en haalde alle exemplaren terug uit de kiosken. De kosten van die operatie à 150.000 lira werden verhaald op Harakiri, net zoals verkeersboetes direct verhaald worden op de overtreder, zonder tussenkomst van een rechter. Bij een weekblad was deze gang van zaken minder desastreus geweest. Aangezien een weekblad aan het eind van een week sowieso de onverkochte exemplaren terughaalt bij de kiosken, had zo’n gebod van de overheid hooguit betekend dat het terughalen wat eerder had gemoeten - en de week erna ligt het nieuwe nummer alweer in de kiosken. Waarom Harakiri werd aangepakt is M.K. niet duidelijk. Zo erg waren de twee omstreden cartoons (één van Boysal overigens) nu ook weer niet, zeker niet in vergelijking met wat soms in de wekelijkse bladen verschijnt. Vanwege het ingrijpen van de overheid is Harakiri na het tweede nummer gestopt. Er wordt nog overwogen een rechtszaak tegen de overheid te beginnen vanwege de boete en gederfde inkomsten – daar studeert een advocaat nog op.

uit Harakiri #1

uit Harakiri #1

Een paar terzijdes:
De gele steunkleur, die op cartoonpagina’s in verschillende bladen overheerst, werd indertijd door Aral gekozen voor Girgir. Vond hij een mooie kleur en hij kon tenminste zeggen dat het blad ‘in kleur!’ was. Latere bladen kregen meerkleurendruk, maar Girgir bleef geel/zwart, ter onderscheiding van die andere bladen en als zweem van underground. Sommige bladen in de Girgir-familie hielden om die reden ook de steunkleur geel aan.
Copyrights “bestaan niet” in Turkije, stelt M.K., maar het is niet netjes om zonder toestemming of betaling van de auteur werk opnieuw te publiceren. Dat gebeurt echter wel. Bijvoorbeeld het ‘nieuwe’ Girgir herpubliceerde tot voor kort strips die voor de oorspronkelijke Girgir zijn gemaakt.
Er staat in de strip/cartoonbladen nauwelijks tot geen werk van buitenlandse tekenaars. Vroeger in Girgir stonden wel eens buitenlandse series (Flippie Flink bijvoorbeeld). Buitenlandse strips passen niet zo bij het Turkse publiek, denkt M.K.
(aut. Niels)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen