dinsdag 1 november 2011

Observaties van de middenstand

Ons hotel bevindt zich in de textielwijk van Istanbul. Vanaf ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zien we er mannen sjouwen met grote vierkante, dichtgetapete pakken met ‘handvaten’. De pakken zijn gevuld met dames- en herenkleding, dekbedovertrekken met rouches en pailletjes en meters gordijnstoffen. In deze wijk is de ene naast de andere textielzaak gevestigd. De etalages zijn veelal gelijk, het aanbod verschilt slechts  marginaal. Als Nederlander vraag je je af: hoe kunnen al deze winkels naast elkaar overleven? Concurreren ze elkaar niet dood? Voor een Turk ligt dat anders. Marktwerking lijkt hier geen zaak van harde commercie, maar van familie en vrienden.
Zoals er straten vol kledingzaken zijn, zo zijn er straten vol plastic speelgoed, straten vol muziekinstrumenten en straten gevuld met horloges. Je hebt de schoonmaakartikelenbuurt en de juwelenwijk, de notensteeg en de schoenenlaan. Alleen de winkels voor levensmiddelen verspreiden zich over de stad, alle andere producten worden verkocht op één locatie. En het zijn er veel. Turken lijken geboren ondernemers.
Maar waar de meeste Nederlandse ondernemers zichzelf onmiddellijk gaan onderscheiden van de concurrentie met een kansrijke locatie, flitsend reclamemateriaal en een eigen keurmerk, zien we in Turkije geen tekenen van een zware concurrentiestrijd tussen winkels. Wat we wel zien zijn winkeliers die broederlijk samen een appelthee voor hun winkels nuttigen en zelfs oppassen op de winkel van de ander als die even weg moet.

Ook de doorsnee Turkse koper lijkt zich anders te gedragen dan de gemiddelde Nederlandse consument. Als een Nederlander een wasmachine nodig heeft dan gaat hij over het algemeen naar de speciaalzaak die het dichtste bij is en wint daar informatie in over mogelijkheden. Hij vergelijk de prijzen en besluit als hij de juiste prijs-kwaliteitverhouding heeft gevonden. Voor de Turkse consument werkt dat wat anders. Als een Turk een wasmachine nodig heeft dan zoekt hij meestal eerst in zijn vriendenkring naar iemand die dit product verkoopt. Als hij zelf niemand kent dan vraagt hij zijn vrienden of zij iemand kennen. Het kopen van een product in een winkel is dan niet alleen meer een zakelijke transactie, maar ook een vriendendienst. Prijzen zijn onderhandelbaar en voor de keuze ga je af op het advies van de aanbevolen winkelier. Zo van buitenaf bekeken krijg je de indruk dat winkelen in Turkije een socialer gebeurtenis is dan in Nederland, minder gericht op het maken van winst, meer gericht op het contact.

Nu is de vraag of het ook zo werkt met de striptekenaars die voor de grote stripweekkranten werken. De hoofdredacteurs van Penguen (Metin Üstüntäg) en LeMan (M.K. Perker) bevestigen dat ook de tekenaars zo te werk gaan. Hun persoonlijke mailadres en website staat vaak boven hun werk. Zij worden eerst vrienden met hun lezers. Ze knuffelen wat op facebook, drinken een wijntje in het café dat onder de redactieruimte van LeMan gevestigd is en als ze elkaar genoeg kennen dan gaat de lezer lezen en betalen voor de aanschaf van de krant waarin zijn vriend tekent. Een van de lezers gaf zelfs aan dat toen een tekenaar wiens werk hem erg aansprak van Penguen naar Uykusuz overstapte hij ook is overgestapt.
Net als de winkeliers doen ook de stripkranten niet aan reclame. Zij plaatsen geen advertenties van bedrijven. Zij ontvangen geen sponsorgelden of subsidies en verdienen hun eigen geld met het werk dat zij verkopen. Metin Üstüntäg omschreef de concurrentie tussen de verschillende kranten als “een vriendelijk soort concurrentie”.
(aut. Mirjam)


Grappig gegeven bij wat hierboven staat is dat de kantoren van de grote stripbladen -feitelijk nakomelingen van elkaar- in gigastad Istanbul alledrie in een 'draaicirkel' van 1 kilometer gevestigd zijn. Wat niets te maken heeft met huurprijzen of waar hun werknemers wonen.
En Perker vergeleek de tijdelijke crisis van 1996 in het Turkse striplandschap, toen de bladen één voor één omvielen tot alleen LeMan overbleef met een straat waarin één goedlopende kapperszaak zit. Andere ondernemers zien dat, zetten daarnaastook een kapperszaak op en liften zo mee op dat succes. Als die ene eerste zaak (in dit specifieke parallel het weekblad Girgir) dan verdwijnt, zullen ook de anderen wegkwijnen.
(aut. Albo)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen