Posts tonen met het label cartoonmuseum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cartoonmuseum. Alle posts tonen

donderdag 29 december 2011

Strips voor kinderen? 2

Waar in Nederland vaak gedacht wordt dat strips voor kinderen zijn, lijken in Turkije maar weinig kinderstrips gemaakt te worden. Er zijn wat jeugdtijdschriften die incidenteel strips publiceren gebaseerd op bekende tekenfilmfiguren. Er zijn vertalingen van Belgo-Frankische strips (Kuifje, Lucky Luke, Asterix) en Amerikaanse superheldenstrips. Maar strips voor kinderen van Turkse makelij zijn zeldzaam.

Yurdagün Göker in het karikatuurmuseum Istanbul ©tekening Joshua Peeters

Volgens Yurdagün Göker komt dat omdat (groot-)ouders geen strips kopen voor hun kinderen en de kinderen zelf meer geïnteresseerd zijn in games, televisie en internet. In zijn woorden klinkt iets door van de oude man die beweert dat vroeger alles beter was, maar enige waarde moet er toch aan gehecht worden. Göker heeft vroeger een tijd lang de kinderstrip Keloğlan geschreven en getekend.


Deze serie gaat over een jongetje dat allerlei avonturen beleeft ten tijde van het Sultanaat in Turkije. Hij reist ook naar het buitenland voor zijn fantastische avonturen. In enkele boeken die Göker ons liet zien waren ook science-fiction-elementen, vliegende schotels met buitenaardse wezens. De serie was redelijk populair, hij is ook in andere talen verschenen (onder andere in Duitsland, een land waar Göker ook 11 jaar gewerkt heeft). Toch hield Göker op met het tekenen en schrijven van de avonturen van het jochie met het ronde hoofd. De oplagen waren redelijk voor een kinderstrip, maar er bleek veel gedoe met de uitgever. Bovendien werd zelfs een onschuldige kinderstrip nog politiek gelezen. Göker ontving kritiek op zijn strip, van zowel de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum die betekenissen in de strip lazen die hij er niet in gestopt had. Uiteindelijk bleek het te veel moeite voor een te kleine beloning om de strip voort te zetten.
(aut. Joshua)


zondag 23 oktober 2011

Wachtwissel

23-10
Vandaag vertrekt een deel van de Inktpot-cartoonexpeditie uit Istanbul, en wordt vervangen door een nieuw lid. Hieronder de laatste live cartoons van Ronald en Joshua. Dankjewel voor het schrijfwerk, Mirjam!
tekening Ronald van der Heide

Inktpotters aan het werk op de derde verdieping van het LeMan hoofdkwartier, tekening Ronald van der Heide
impressie na bezoek cartoonmuseum, tekening Joshua Peeters

tekening Joshua Peeters

vrijdag 21 oktober 2011

Van grappen over de sultan tot spiegel van de maatschappij

tekening: Ronald van der Heide
20-10

In 1968 werd de Turkse cartoonistenvereniging opgericht. Zij stelden zichzelf tot taak om de solidariteit tussen cartoonisten te stimuleren en jonge getalenteerde tekenaars de kans te bieden zich te presenteren. Zij beschouwden zichzelf als spreekbuis van de Turkse cartoonist in Turkije en daarbuiten. In 1986 werd op initiatief van de Turkse cartoonistenvereniging en de gemeente van Istanbul het Turks cartoonmuseum (İstanbul Karikatür ve Mizah Merkezi) opgericht dat de geschiedenis van de Turkse cartoon herbergt en ontsluit. Hun gebouw wordt ter beschikking gesteld door de gemeente en de collectie en het beheer daarvan is in handen van de vereniging. De vereniging verdient haar inkomsten door de verkoop van boeken in een kleine boekwinkel tegenover de uitgang van de Cistern. Daar in een moeilijk te vinden bovenzaaltje organiseert de vereniging ook tentoonstellingen.
buitenkant van het huidige cartoonmuseum aan de Refik Saydam Caddesi
Grappen over de sultan

De manager van het stripmuseum, Erdoğan Bozok, vertelt ons de geschiedenis van de Turkse cartoon in een notendop. Die begint in 1870 bij een spotprent die een onbekende tekenaar maakte van een bekende eigenaar van een krant, Garabet Panosyan. Hij is afgebeeld met ezelsoren. Na deze spotprent volgden er anderen. Vooral de sultan werd herhaalde malen op de hak genomen. Er is een prachtige prent waarin een man met een röntgenstraal het binnenste van de sultan, dat niet uit botjes, maar uit juwelen en sieraden bestaat, blootlegt. Omdat het in Turkije verboden was om mensen af te beelden signeerden tekenaars hun cartoons niet. Later plaatsten zij onder hun werk een pseudoniem.

Glimlachen om de heersende modes

Pas aan het eind van de Ottomaanse periode, rond 1900, vlak voor de val van het Ottomaanse rijk, gingen tekenaars hun werk signeren met eigen naam. Toen ontstonden ook de eerste cartoonmagazines. Een van de oudste was Djem, genoemd naar de uitgever. In Djem zijn de teksten nog in de Ottomaanse kalligrafie. Je moet het van achteren naar voren lezen. De verhalen zijn geschreven en worden geïllustreerd met cartoons. Met een milde vorm van humor werden in dit tijdschrift de heersende modes op de hak genomen.
cartoon uit Djem
Het is in deze periode dat er voor het eerst cartoonisten in de gevangenis terecht kwamen omdat zij de wet of de autoriteit te direct ter discussie stelden. Tijdschriften kwamen en gingen terwijl de macht van de sultan afkalfde en de republiek geboren werd. Van een aanklacht op de machtsstructuren gingen cartoonisten zich steeds meer richten op het bekritiseren van het alledaagse leven. Cartoons verloren steeds meer hun politieke connotatie en kregen meer en meer een sociale context.

Tekenaar wordt kunstenaar

Na de tweede wereldoorlog maakte Turkije kennis met de cartoons uit het westen. De stijlen van de westerse tekenaars begonnen het werk van de Turkse cartoonisten te beïnvloeden. Er ontstond een school van tekenaars die door hun opleiding aan de kunstacademie onderlegd waren in de klassieke beeldtaal uit het westen en tekenen gingen beschouwen als een autonome kunstvorm. De tekst verdween uit het beeld en de cartoonist werd een kunstenaar. Een van de bekendste exponenten van deze nieuwe groep Turkse tekenaars is Turhan Selçuk. Zijn werk kreeg in tegenstelling tot dat van zijn voorgangers internationaal bekendheid. Omdat hij geen tekst gebruikte konden ook lezers van buiten het Turkse taalgebied zijn werk ‘lezen’.

Tekstballon krijgt een tweede leven

In 1973 richtte Oguz Aral Girgir op. Hij zette zich daarmee af tegen de artistieke cartoon en wilde terug naar de maatschappelijke betrokkenheid van de cartoons van vóór de Tweede Wereldoorlog. Zijn doelgroep waren niet de kunstliefhebbers maar het gewone volk, de Turken die leefden in de buitenwijken en alles behalve geschoold waren in het ontcijferen van de klassieke beeldtaal. Aral bracht de tekst terug in de cartoon en begon weer te werken met ballonnetjes. Girgir verscheen eerst als bijlage bij een krant, maar werd al snel een zelfstandig magazine. Voor de huidige magazines als LeMan, Penguen en Uykusuz is Girgir het voorbeeld. Hun manier van werken en de opbouw van hun product zijn geënt op Girgir.

De macht van de cartoon die de gevestigde orde op de hak nam werd zo groot dat naast de cartoontijdschriften ook dagelijkse cartoons verschenen in de dagbladen. De invloed van de cartoonisten was enorm, zo groot zelfs dat de eigenaars van de kranten deze bedreigend gingen vinden. Steeds meer kranten werden gerund door zakenlui die de kritische houding van de tekenaars op de gevestigde orde bedreigend vonden voor de positie van hun product en henzelf. Zij hadden de politieke en economische machthebbers juist nodig om hun positie te verankeren. De kritische functie kwam daardoor vooral neer op de stripkranten en dat is een situatie die tot de dag van vandaag is blijven bestaan.

De artistieke cartoon overleeft

Naast Girgir en haar opvolgers leefde ook de artistieke cartoon verder. De makers van deze cartoons hadden het echter moeilijk. Vaak verdienden zij onvoldoende met het verkopen van hun werk om rond te komen en moesten een baan naast hun kunstenaarschap hebben. Vaak deden zij om bij te verdienen illustratiewerk of reclamewerk voor zakenlui. Het zijn deze soort cartoonisten die de bescherming zoeken en vinden bij de Turkse cartoonistenvereniging. Via de vereniging kunnen zij hun werk tentoon stellen en bekendheid geven.
Cartoonist Ibrahim Tapa en museum manager Erdoğan Bozok tonen de 'canon' van de Turkse cartoon
Yurdagün Göker is een van deze tekenaars die zichzelf beschouwen als kunstenaar. Hij is somber over de toekomst van de artistieke cartoon in Turkije. Hij hekelt de 'luiheid' van de jonge generatie die zich niet meer wil verdiepen in de klassieke beeldtaal en zoekt naar makkelijke strips waar met tekst de beelden worden uitgelegd. Bladen als LeMan en Penguen spelen volgens hem slim in op deze hang naar gemak. Walt Disney, manga en het internet hebben de jongeren verpest en zorgen ervoor dat de ware artiest sappelend door het leven moet.
(aut. Mirjam)
souvenirwinkel bij de Basilica Cistern waar de boeken van de Turkse cartoonistenvereniging worden verkocht, op de verdieping erboven is hun galerie en directiekantoor gevestigd

donderdag 20 oktober 2011

Cartoonmuseum

tekening: Ronald van der Heide

19-10

Woensdagmorgen is uitgekozen om een bezoek te brengen aan het Karikatur Müsezi, het cartoonmuseum dat is opgericht door de Turkse cartoonistenvereniging. Volgens onze vanuit Nederland verzamelde informatie gelegen aan de Kovacilar sokak, een zijstraat van de Atatürk boulevard, en gewoon dagelijks geopend. We hebben zelfs de naam van een conservator gekregen die ons daar kan helpen.
Na enig speurwerk komen we op een bouwplaats uit, het museum blijkt verkast. Niemand ter plaatse heeft enig idee waarheen...

huidige staat van het cartoonmuseum op het officiële adres
Gelukkig krijgen we 'savonds hulp van striptekenaar Kenan Yarar en zijn vriend de cineast Onur Uysal, met wie we gisteren zijn wezen eten. Na wat bellen en mailen komen ze achter het nieuwe (tijdelijk?) adres van het museum, en regelen meteen een afspraak voor donderdagmiddag. Wordt vervolgd dus!
stripbladen in een gewone kiosk onderweg

een 'Rembrandtje' van Turhan Selçuk uit 1958

Intussen wordt het blog bijgewerkt op de snellere internetverbinding in de redactieruimte van LeMan. We maken zo zijdelings ook de beoordelingsgesprekken mee die M.K.Perker levert met aankomende cartoonisten. Woensdag is de vaste inloopmiddag waarop ieder met enige ambitie om voor het blad te werken zijn portfolio kan tonen.
(aut. Albo)
kantoor van de eindredactie van LeMan

originele Oguz Aral aan de muur van LeMan Kultur Cafe