Posts tonen met het label achtergrond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label achtergrond. Alle posts tonen

vrijdag 20 april 2012

Turkartoon op de radio

De VPRO interviewde samensteller Albo Helm over project Turkartoon en Turkse strips voor het programma De Avonden. Dat is HIER te beluisteren, vanaf 1.36.

tekening Ronald van der Heide

woensdag 29 februari 2012

Istanbul schetsen 10 - Cihangir

De wijk Cihangir in Istanbul, globaal gezien gelegen tussen het Taksimplein en de Bosporus, speelt een belangrijke rol in de new wave van Turkse strips. Tekenaars als Oky Fores en de gebroeders Üstün woonden er en putten inspiratie uit het straatleven en de kleurrijke personages die zich daar ophouden. Vandaar dat de tekenaars van De Inktpot er daar voor dit project uitgebreid de atmosfeer opsnoven.
Hieronder enkele voorbeelden van wat er dan uitkomt:
Straatkatten overal, en hun beschermengelen die nestjes voor ze bouwen en op vaste plekken voer neerleggen - tekening Joshua Peeters

Een van de minst pittoreske hoekjes verderop beneden - tekening Albo Helm

Private groenvoorziening op de stoep - tekening Ronald van der Heide

zondag 26 februari 2012

Turkartoon tentoonstelling

Zoals op deze blog in het rechterblokje steeds vermeld is het doel van dit project om een tentoonstelling samen te stellen van hedendaagse Turkse strip- en cartoonkunst. Daar is het projectgroepje van De Inktpot sinds augustus vorig jaar mee bezig, en komt de volgende weken dan eindelijk tot resultaat. Tentoonstelling Turkartoon wordt begin april in het stadhuis van Utrecht geïnstalleerd en gaat daar tot eind van die maand hangen.

We hebben precies 20 Turkse tekenaars (m/v) weten te interesseren om representatief werk van het afgelopen jaar in te sturen.
Dat zijn beslist niet de minsten:

Emrah Ablak, Bahadır Baruter, Bahadır Boysal, Mehmet Çağçağ, Semra Can, Cem Dinlenmiş, Selçuk Erdem, Oky Fores, Göksu Gül, Ersin Karabulut, Sönmez Karakurt, Cihan Kiliç, Ipek Özsüslü, MK Perker, Cemal Söyleyen, Memo Tembelçizer, Bülent Üstün, Metin Üstündağ, Kenan Yarar en Betül Yılmaz.

Het zwaartepunt van Turkartoon ligt bij strips, niet geheel toevallig omdat de samenstellers ook allen stripmakers zijn. Maar de cartoon ontbreekt uiteraard niet.

Omdat we onze taak van ontsluiters van een uniek aspect van de Turkse kultuur serieus nemen, wordt speciaal voor de tentoonstelling het overgrote deel van het tekenwerk in het Nederlands vertaald. De tekenaars van De Inktpot zetten die vertaalde teksten zorgvuldig in de strips. Zoals bij dit fragment:
uit de strip 'De zus van Sinem gaat verloven' van Cihan Kiliç (uit weekblad Uykusuz)
We zullen meer voorsproefjes laten zien de komende weken.
Ook van ons eigen werk. Er is in de loop van deze blog een en ander langsgekomen dat in getoonde vorm, of met het nodige schaven en poetsen in de tentoonstelling en in de bijgaande krant gebruikt wordt. Maar er volgt méér.
Hou ons in de gaten!

zaterdag 11 februari 2012

Sjouwers 2

Nog wat portretten van sjouwers, in Cağaloğlu...
Sjouwer draait een shagje, de pakken op zijn steekkar zijn met plastic tape verstevigd en van handvaten voorzien.


dinsdag 7 februari 2012

Sigara içilmez


Vroeger waren Turkse sigaretten een begrip. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland de Amerikaanse sigaretten echter populairder dan de Turkse. Ik weet niet de sigaretten van het merk Black (in een mooi vormgegeven sigarettenpakje) Turks of Amerikaans zijn, maar ik zag het merk voor het eerst in Istanbul.
Maar ook in Istanbul is de boodschap aangekomen dat roken niet goed is voor de gezondheid. Net als in andere grote steden mag op steeds minder openbare plekken gerookt worden. In café’s, hotellobbies en restaurants hangen verboden te roken-bordjes. Niet dat men zich daar altijd iets van aantrekt. Regelmatig wordt er ondanks het verbod rustig doorgerookt. De bediening leek dit geen enkel probleem te vinden.
Dat is wel eens anders geweest. In een ets uit het boek 'Historie der drie laatste Turksche Keizers' uit 1684 worden rokers gruwelijk gestraft. Dit was echter niet om long- en hartklachten te voorkomen, maar om er voor te zorgen dat de voor een groot deel uit houten huizen bestaande stad niet af zou branden.
(aut. Joshua)

zondag 29 januari 2012

Istanbul schetsen 9

Het enige vervoermiddel op de grote winkelstraat Istiklal Caddesi is de tram die heen en weer rijdt tussen het Taksim-plein en het Tünel-plein. De Tünel is een metrolijntje uit 1874 met maar twee stations, dat naar verluidt gegraven is om rijke kooplieden de klim te besparen van de banken en de haven naar hun villa's boven op de heuvel. Op andere lijnen in de stad rijden trouwens hypermoderne tramstellen.
Her en der in de stad kom je begraafplaatsen en -plaatsjes tegen, sommige fraai gelegen al dan niet bij een moskee, andere weggestopt op binnenterreintjes. In de laatste categorie is dit er eentje, opzij van de Alemdar Caddesi, aan de voet van de heuvel waarop het Topkapi paleis ligt. Opvallend zijn de altijd dicht op elkaar staande, bijzonder elegante 'grafstenen'.

vrijdag 27 januari 2012

Istanbul schetsen 8

Ten zuidoosten van de winkelstraat Istiklal Caddesi ligt, steil afdalend naar de Bosporus, de wijk Galatasaray. Veel huizen staan er (zo te zien, al jaren) leeg, maar er wordt ook veel opgeknapt. Een scherp contrast tussen verregaande staat van verval en fraai herstel zie je op veel plekken in Istanbul. Het straatje op de tekening heet Baş Ağa Çeşmesi Sokak.

Er zijn heel veel moskeeën in Istanbul. Dit is een tamelijk vervallen exemplaar (de Hobyar Cami) aan de Aşir Efendi Caddesi, aan de noordkant van de wijk Sultanahmet, het oudste gedeelte van Istanbul. Kennelijk een verzamelpunt voor 'de mannen met pakken'. 
(aut. Niels)

zondag 22 januari 2012

Porof. Zihni Sinir

Op de Ağahamamı sok. 13 zit het atelier van Porof. Zihni Sinir, een curieus zijverschijnsel van de Turkse cartoonscene. Porof. Zihni Sinir ('prof. Nervus Mentalis') is een creatie van Irfan Sayar, een voor ons tot dusver onbekende cartoonist met een achtergrond bij Girgir. De professor vindt de meest krankzinnige dingen uit, die in het atelier uitgestald staan. Het is alsof je de wereld van de creaties van Guust Flater of Willie Wortel binnenstapt: brillen met klokken erop - 'hoeft niemand je meer te vragen hoe laat het is' aldus de verkoper - een schoen met een portemonnee in de neus, een theezakjes-uitknijpmachine, een handenschudmachine, een fiets met allerlei fratsen waarvan we niet precies kunnen doorgronden wat daar de bedoeling van is. En allemaal hand made. De winkel en het atelier blijken de thuisbasis van een heus imperium, dat workshops organiseer en de prachtigste rekwisieten en decors bouwt. In de winkel zelf zijn ook boekjes van Porof. Zihni Sinir te koop, waarin bladzij na bladzij uitvindingen worden gepresenteerd in cartoonstijl. Het zesde deel is net uit, en de enorme rijkdom aan uitvindingen overtreft het toch al indrukwekkende aanbod van de winkel. Of Porof. Zihni Sinir ook relevant genoeg is voor de expo valt te betwijfelen. Maar hem ongezien voorbij laten gaan? Daarvoor is-ie te leuk.
(aut. Ronald)

Front van winkel, met daarachter de werkplaats


maandag 9 januari 2012

Compilatie

Een compilatie van het Turkse-stripfenomeen. Waar de vroege cartoons en de hedendaagse stripcultuur samenkomen. 
Locatie: Imam Adnan Sokak, de straat waar zich LeMan Kültür Kulüp bevindt, met daarboven de tekenstudio's - de blaadjes waaien uit het raam. 
Uit LeMan Kültür Kulüp komt net Ogüz Aral gelopen, de godfather van de hedendaagse stripbladen, de man die Girgir oprichtte. De straat is bezaaid met stripkranten, met op de voorgrond Uykusuz met op de cover de mascotte. 
Centraal in beeld twee figuranten uit een cartoon uit 1874 van Berberyan (onderschrift: "those who want to take a walk with modern (à la français) mademoiselles will have to learn acrobatism"). 
Rechts van het paar een figuur, sultan Mehmet V, gebaseerd op een cartoon uit 1909. 
Onder de heer met de stelten een andere figuur, gebaseerd op een afbeelding van de sultan Abdülaziz door Panoysan, 1871. 
Helemaal links in beeld een kiosk, waar stripbladen te koop zijn. Een jongen met een traditioneel Turks mouwloos vest; zou het HeroTürk zijn? In de lucht cirkelt de Penguen-mascotte.

(aut. Ronald)

woensdag 28 december 2011

vrijdag 23 december 2011

Sjouwers

Om nog even terug te komen op de post van gisteren... in de straten van Istanbul kom je meerdere HeroTürken tegen. Die niet, zoals de helden van de nieuwe jeugdstrip, bij de gegoede klasse horen maar zich letterlijk omhoog moeten werken. En omlaag, over de steile hellingen, tussen de drukte door. Met niets anders dan hun spierkracht en transportgereedschap. Mannen, jongens soms.



dinsdag 13 december 2011

Istanbul schetsen 5

© tekening Niela Bongers

Aan de Istiklal Caddesi zijn verscheidene consulaten gevestigd, onder andere het Nederlandse consulaat. Getuige de leeuwen op het hekwerk boven de entree voelt Nederland zich niet echt op z'n gemak in Turkije. 
In een zijstraatje bevindt zich -volgens het witte bordje naast de deur- de ingang van de 'visum afdeling'. Niet bepaald een gastvrije ingang...

zaterdag 3 december 2011

Istanbul schetsen 3

Het straatbeeld van Istanbul: heel veel winkels, heel veel auto's en heel veel mensen. De diversiteit is groot en niet te vangen in een paar plaatjes. Toch een poging de stereotypen eruit te halen. De winkels met hun rommelige gevels, het aanbod dat zich vooral uitdrukt in kwantiteit en uitstallingen op straat. Op de weg busjes, bestelwagentjes, auto's met een achterbak, een motor en, ondanks het drukke verkeer, een voetganger. Een auto met een achterbak lijkt daar de plek in te nemen die een stationwagon bij ons heeft: een gezinsauto met een zekere status. Stationwagons zie je daar overigens nauwelijks. Op straat of op de stoep lopen de mensen voor hun boodschappen, zaken of lol tussen de sjouwers en de verkopers.

tekening Ronald van der Heide ©

zaterdag 26 november 2011

Istanbul schetsen 2

tekening Ronald van der Heide
 In de hete zomermaanden zorgen de airco-installaties voor prettige koelte. Ze worden ergens op de gevel gemonteerd waar maar ruimte is. Tussen ramen (typisch: veel ramen worden afgeschermd met hekken) of bijvoorbeeld tussen een overvloed aan reclameborden.
tekening Ronald van der Heide
Belangrijk onderdeel van het sociale leven is thee drinken. Op straat zie je overal groepjes mannen thee drinken. En als de thee op is, blijven de kopjes en de krukjes achter.

donderdag 24 november 2011

Istanbul schetsen

tekening Ronald van der Heide 
Het straatbeeld van Istanbul is op het eerste gezicht redelijk vrij van logo's van grote (multinationale) bedrijven. Eén uitzondering is het logo van Turkcell, een telefoonmaatschappij. Dit logo, een figuurtje met twee antennes op het hoofd, kom  je veelvuldig tegen. Hier tegenover kom je in Taksim op de gekste plekken in dezelfde kleur geel gebalde vuisten tegen, tags van een graffiti-artist.

tekening Ronald van der Heide
Minaretten in verschillende soorten en maten. Links de minaret van de Nieuwe Moskee, midden en rechts twee minaretten in Taksim . De rechter, een minaret van de moskee aan het Taksim-plein, is een knutselwerk van metalen platen, en roept associaties op met een raket uit jaren '60 science fiction-verhalen.
tekening Ronald van der Heide
Simit: het ringvormige sesambrood. Wordt geleverd in manden met stokken, verkocht in typerende rode rijdende kraampjes en als tussendoortje op willekeurig welk moment van de dag gegeten.

maandag 21 november 2011

Kenan Yarar & Onur Uysal


Het is 29 oktober, de 88e verjaardag van de republiek (“cumhürriyet”) Turkije. Er stonden allerlei festiviteiten op het programma, maar die zijn afgelast vanwege de recente aardbeving in Van. Wel hangen er overal -soms enorme- Turkse vlaggen, nog meer dan gewoonlijk.
We ontmoeten Kenan en Onur bij de metro-uitgang op het Taksim-plein, en lopen naar een zeer groot grand café (vier verdiepingen) aan de Istikal Caddesi, de grote winkelboulevard, waar we rustig kunnen praten. Koffie, (ijs)thee, grote ‘sandwiches’. Kenan neemt een groot stuk chocoladetaart, dat hij maar half opeet. De hele middag zitten we te praten, ook over strips en cartoons in Nederland. Een dubbelzijdig interview, noemt Onur het, al is dat een beetje overdreven. Onur vertaalt, soms probeert Kenan iets in het engels te zeggen, maar z’n engels is gebrekkig (en ons turks houdt ook al niet over). Aan het eind van de middag gaan we voor bier naar een café, pal tegenover de redactieburelen van Uykusuz.

Kenan
Kenan is als tekenaar begonnen bij Hibir. Later ging hij tekenen voor Lombak, daarna voor Penguen. Inspiratiebronnen voor hem zijn Manara, Bilal en vooral Moebius. Een Turkse inspiratiebron is Suat Gönülay, die hij bewondert zowel qua schrijven als qua tekenen, z’n manier van verhalen vertellen en z’n techniek. 
In de jaren 90 probeerde hij veel genres uit. Melankomik (1997) is een verzameling van z’n verhalen uit HBR, Hilal (2005), genoemd naar de hoofdpersoon, is een verzameling van verhalen uit Lombak. Momenteel tekent hij voor Penguen psychologische horror-strips, een lang lopende serie van korte verhalen. En hij werkt aan een nieuw album, met de werktitel iLive.
Kenan lettert zijn strips zelf, met de hand. Dat is ‘levender’ dan letteren met de computer, en bovendien veel sneller. Hij ‘kleurt’ ook zelf zijn verhalen, meestal in zwart/wit grijstinten - dat dan weer wel op de computer.
Hij maakt geen cartoons meer. Dat heeft hij in z’n Hibir-tijd wel geprobeerd, maar hij vond dat hij er niet goed in was/het eigenlijk niet kon.



Kenans verhalen ontstaan tijdens het schetsen. Hij schrijft niet eerst een verhaal uit. Vaak zit hij maar wat te tekenen en dingen uit te proberen, en dan ontstaat daaruit een verhaal. In zijn begintijd probeerde hij vooral ‘mooi’ te tekenen, en vond hij het verhaal niet zo belangrijk. Hij was de eerste 10 jaar van z’n carrière op zoek naar verhalen van anderen om te tekenen. Een scenarist kon hij echter niet vinden. Gaandeweg ontdekte hij dat een tekenaar niet alleen moet tekenen, maar ook verhalen moet kunnen vertellen. Tijdschriften betalen trouwens ook niet apart voor scenario’s, en eigenlijk alle strips in de tijdschriften zijn dan ook zowel geschreven als getekend door dezelfde persoon.
Om een boterham te verdienen met tekenen is het zaak binnen te komen bij een gerenommeerd tijdschrift. Kenan kan leven van z’n strips. Hij krijgt een salaris en het tijdschrift betaalt voor hem sociale premies en dergelijke. Het salaris wordt gebaseerd op het aantal pagina’s dat een tekenaar doorgaans levert. Bij ziekte ofzo wordt het salaris doorbetaald.
In principe ligt het copyright op tekenwerk bij de maker, behalve in de week dat het tijdschrift waarin het werk staat, verschijnt. Turkse stripboeken zijn bijna altijd verzamelingen van eerder in tijdschriften gepubliceerde verhalen.
Bundeling van strips in een boek gaat soms op initiatief van de tekenaar, soms op initiatief van de uitgever. Hilal bijvoorbeeld is bij een andere uitgever (Dogan) verschenen dan die van het tijdschrift waarin de verhalen stonden. Vormgeving van het boek wordt meestal betaald door de tekenaar; als het boek helemaal klaar is, betaalt de uitgever de drukkosten. De tekenaar krijgt doorgaans zo’n 15% van de opbrengst.

Kenan woont in het Aziatische deel van Istanbul (net als Onur trouwens). Hij is zeer ordelijk (aldus Onur), keurige flat, opgeruimd bureau, drinkt niet, rookt niet, geen drugs. Mensen die zijn werk kennen, snappen niet dat de maker ervan zo’n keurig en bescheiden mens is. Z’n muzieksmaak is ook al niet erg uitgesproken: lounge.
Ongeveer vijf jaar geleden was er veel commotie rond een strip van Kenan, een verhaal over een gezin van seriemoordenaars. Hij werd aangeklaagd voor het 'verstoren van de moraal van de Turkse familiestructuur'. Kenan was erg ongerust en van slag; zo’n affaire is niets voor hem. Hij wil geen gedoe om zich heen, hij wil alleen ongestoord en zonder iemand te storen z’n verhalen maken. De zaak werd uiteindelijk geseponeerd.

Onur
Onur leerde lezen met behulp van comics. Z’n moeder was lerares en stimuleerde dat. Hij denkt dat veel mensen van zijn leeftijd indertijd zo hebben leren lezen. Hij las veel cowboy- en andere avonturenverhalen, veelal vertaald uit het italiaans – Tom Miks, Texas, enz.
Onur is filmer, maakt momenteel een mockumentary over een actieheld in de Turkse filmindustrie. De grap is dat zowel Turkse actiehelden als de Turkse filmindustrie niet bestaan. Het project wordt dan ook gefinancierd met eigen geld. 
Hij is groot liefhebber van strips. Hij zou graag een enorme verzameling aanleggen, maar veel van wat hij goed vindt, is in Turkije niet te krijgen, en hij heeft er trouwens het geld ook niet voor. Daarom zoekt hij op internet en probeert hij te downloaden wat hij maar vinden kan. Hij is ook fan van Bill Hicks, overigens.
‘Onur’ klinkt als ‘honour’ en dat betekent het ook.

Strips in Turkije
Kenan voelt zich soms een beetje een ‘rockstar’, met een schare trouwe fans. Lange rijen fans (“duizenden”) bij boekenbeurzen, die komen voor een handtekening, een foto, een originele tekening. Natuurlijk heeft hij niet zo veel fans als popsterren, maar ze zijn wel heel trouw. Meer tekenaars hebben dat, maar niet veel. Een stuk of 5, denkt Kenan, maar al te veel striptekenaars zijn er volgens hem ook niet in Turkije, alles bij elkaar misschien een stuk of 25.
Eind jaren 90, begin deze eeuw stonden er veel meer langer lopende (vervolg)verhalen in de striptijdschriften. Nu zijn het veelal kortere verhalen, wellicht vanwege internet willen lezers sneller lezen en sneller het einde weten. Lezers hebben niet meer de concentratie en de tijd om te wachten op het vervolg, ze zijn ongeduldiger, alles moet sneller, het hele leven gaat sneller.

Kenan heeft nooit geprobeerd z’n werk in het buitenland gepubliceerd te krijgen. Hij denkt dat het te Turks is om in het buitenland aan te slaan. (Dat vindt Onur helemaal niet, integendeel, hij zit Kenan voortdurend op de huid om ’t te proberen en wil met alle liefde de verhalen in het engels vertalen.) En, zegt Kenan, de tijdschriften waarin de verhalen zijn gepubliceerd, hebben het niet graag: ‘they own the artist’, en zijn werk. Tekenaars werken zelden voor meerdere tijdschriften, hooguit voor een weekblad en een maandblad, en dan nog meestal uit dezelfde stal.
Veel mensen in Turkije, betoogt Onur, zijn überhaupt niet geïnteresseerd in het buitenland, ze zijn druk met hun leven in Turkije en met wat ze proberen op te bouwen. ‘Als je zo nodig in het buitenland wilt publiceren, ga daar dan naartoe en kom niet meer terug,’ vinden velen. Daarnaast, veel Turken zijn voortdurend aan het rekenen, en denken bij van alles ‘wat kost dat’, ‘hoeveel is het waard’ - bij wat ze in een winkel zien, maar bijvoorbeeld ook als ze gewoon ergens een kamer binnenkomen en naar het meubilair kijken. Als Kenan in het buitenland zou publiceren, gaan mensen om hem heen allicht denken ’wat zal hij daarmee wel niet verdiend hebben?!’ Daar moet hij niets van hebben. Hij wil gewoon rustig z’n werk maken, zonder praatjes achter z’n rug.

Kenan is bezig een vereniging te vormen van tekenaars, schrijvers, filmers, met name in het Scifi/Fantasy genre. Om elkaar te ondersteunen en te kunnen profiteren van elkaars netwerk om dingen van de grond te krijgen. Maar ook om samen sterker te staan, bijv. ten aanzien van copyrights.
(aut. Niels)

vrijdag 4 november 2011

De familie Girgir


In 1972 begon de -in Turkije- vermaarde cartoonist/striptekenaar Oguz Aral het weekblad Girgir, onder de vlag van de uitgeverij van dagblad Günaydin. Het blad was een groot succes -haalde op zeker moment oplagen van bijna een miljoen- en in 1976 bracht de uitgeverij van het concurrerende dagblad Hürriyet ook een cartoon/stripblad op de markt Çarşaf geheten. Als reactie daarop startte Aral binnen het Günaydin-concern een tweede blad, Firt (later omgedoopt tot Firfir), in de verwachting dat met twee bladen een groter deel van de markt in handen te houden was. In 1978 startte Laklak, een zondagsbijlage van dagblad Günaydin. Een poging in 1979 van tekenaars van Girgir om voor zichzelf te beginnen met het blad Mikrop was geen lang leven beschoren.
In 1986 deed een andere groep tekenaars een succesvollere poging een eigen blad te beginnen. Ze startten Limon, dat in 1991 verder ging als onafhankelijk weekblad LeMan. In 1989 werd het blad Digil gelanceerd, en om zich de kaas niet van het brood te laten eten herhaalde Aral zijn truc van 1976: hij begon een nieuw blad, Hibir, dat in 1994 onafhankelijk werd onder de naam HBR maymun, kortweg HBR.
In 1990 werd het Günaydin-concern door de autoriteiten gedwongen het blad Girgir af te stoten. De titel werd verkocht aan een ander groot mediaconcern, maar Aral en de andere tekenaars wilden niet verkocht worden en begonnen het blad Avni, vernoemd naar de bekendste stripfiguur van Aral. Een paar tekenaars van Avni richtten later het underground-blad Pişmiş Kelle op, dat de ambitie had om buiten de gebaande paden te treden. De nieuwe eigenaar van Girgir intussen zocht andere tekenaars bij elkaar – het blad bestaat nog steeds, maar leidt een bestaan in de marge.
In de loop van de jaren 90 zakten de verkoopcijfers van de cartoon/stripbladen steeds verder in. De grote uitgeefconcerns trokken zich terug en de onafhankelijke bladen konden het niet meer bolwerken. In 1996 hielden zowel Avni als Çarşaf als Pişmiş Kelle het voor gezien, in 1998 gevolgd door HBR. Aldus was er nog maar één serieus te nemen blad over, LeMan.
In 2000 scheidde een groepje tekenaars van LeMan zich af en begon voor zichzelf met het weekblad Penguen. In 2007 scheidde een groepje tekenaars zich weer af van Penguen en begon voor zichzelf met het weekblad Uykusuz. Deze drie bladen -Penguen, Uykusuz en LeMan - hebben nu het grootste deel van de markt in handen, wekelijks bij elkaar zo’n 130.000 exemplaren.
In 1996 startte LeMan met een maandblad, L-Manyak. In 2001 splitste een groepje tekenaars zich af en begon het maandblad Lombak. Dit blad bestaat sinds 2009 niet meer, maar leeft voort op een aparte pagina in Penguen. Begin dit jaar begon een groepje tekenaars van LeMan het maandblad Harakiri, dat echter al na twee nummers -vanwege juridische procedures door de overheid- werd gestaakt. Eveneens dit jaar startte LeMan het maandblad Bayan Yani, dat geheel door vrouwelijke tekenaars wordt gevuld.

(aut. Niels, met dank aan M.K.Perker)