Posts tonen met het label penguen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label penguen. Alle posts tonen

woensdag 11 april 2012

Oky

Stripmaker Oky (pseudoniem Oktay Gencer) is grootproducent van series waarin dialogen op filmische wijze worden uitgesponnen en een hoog realismeniveau hebben. Dat dan weer mooi contrasteert met een pseudo-cartooneske stijl. Zijn relatiedrama Çarpişma (Botsing), die we vanwege de ijzeren regelmaat en tegenculturele karakters graag betitelen als 'alt.soap' werd ooit opgestart met vriend en collega Memo Tembelçizer in weekblad Penguen, en loopt nu nog steeds als soloproject in weekblad Uykusuz.
Voor Turkartoon is een aflevering vertaald te zien in krant en expo, onderstaand enkele orginelen in het Turks.

Een van de eerste afleveringen van Çarpişma, uit Penguen 2003.
Geschreven door Oky, getekend door Memo Tembelçizer.

De serie zoals hij momenteel loopt in weekblad Uykusuz, getekend en geschreven door Oky


woensdag 21 maart 2012

Oude meesters 2

Ook Bahadır Baruter is niet 'oud' (jaargang 1963), maar zeker iconisch te noemen in de Turkse stripwereld. Vooral als beeldenstormende cartoonist en illustrator, en oprichter van de roemruchte maandbladen L-Manyak en Lombak. Baruter zit wel in de Turkartoon tentoonstelling overigens, want nog steeds actief. Onder meer wekelijks bij Penguen, met actuele politieke tekeningen, en de zwarthumoristische 'Lombak'-cartoonpagina die hij met Fatih Solmaz schrijft.

Hieronder een aflevering van de surrealistische tekstloze stripserie 'Subsoul'.
Kijk voor meer van dit fraais op zijn website!


aflevering Subsoul uit L-Manyak 6/1996 ©Bahadır Baruter

maandag 19 maart 2012

Oude meesters

Toegegeven, de titel is wat overdreven. Dat 'oude' tenminste. Striptekenaar Suat Gönülay is slechts van 1965. We kunnen hem helaas niet in de Turkartoon expo of krant opnemen, omdat die zich uitdrukkelijk beperkt tot de 'hedendaagse Turkse strip'. Waarbij wij een limiet hebben genomen van begin 2011 tot nu. Dat is om niet te verdwalen in het onderwerp, die gigantische grabbelton die de Turkse stripwereld is. Gönülay is in die periode niet actief als striptekenaar. En zijn bundel 'Ben Yaşarım', een respectabele poging van uitgeverij Mürekkep om de klassieke meester in de spots te zetten, is van 2010. Maar we moeten iets van hem laten zien. Ja, dat moet gewoon.

Strip uit Penguen 48/2003, niet opgenomen in bovenstaande bundel

woensdag 1 februari 2012

Orhan Pamuk tekenaar?


Dit is een beetje een zijspoor en te rangschikken onder curiosa: de tekeningen van Orhan Pamuk
De wereldberoemde Turkse schrijver en in 2006 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur liet zich in de jaren negentig strikken om columns te schrijven voor Öküz (‘Os’). 
Het blad was opgericht door cartoonist Metin Üstündag die hiermee zijn droom waarmaakte van een fusie tussen een klassiek Turks humortijdschrift en een literair/kunst blad, met een fijne neus voor straatkultuur. 
Üstündag schermde er in de aanloop mee met allerlei gerenommeerde figuren in onderhandeling te zijn, waaronder Pamuk, terwijl hij diens telefoonnummer nog niet eens wist. Op het moment dat het daadwerkelijk tot een gesprek tussen tekenaar en schrijver kwam liet de laatste, geïnteresseerd door de formule van Öküz, zich overhalen. Op voorwaarde dat hij zèlf de illustraties bij zijn column kon maken. Dat kon, zie beneden voor enkele resultaten.

Öküz startte in 1996 als weekblad, maar schakelde na 31 nummers over op maandelijkse verschijning. Het stopte in 2001 en had op zijn hoogtepunt een oplage van 30.000 exemplaren. Oprichter Üstündag is momenteel één van de eigenaren van stripweekblad Penguen.
Een aantal verhalen van Orhan Pamuk uit Öküz zijn in Nederlandse vertaling te lezen in zijn bundel ‘De andere kleuren’ (Arbeiderspers 2008).

cover van Öküz, getekend door Bahadir Baruter
Bovenaan een cartoon van Musa Kart, op de onderste helft van de pagina: tekst en tekening van Orhan Pamuk


donderdag 26 januari 2012

Vriendschappelijke concurrentie


Een typisch staaltje van de 'vriendschappelijke concurrentie' tussen de grote Turkse stripbladen, en de onderlinge persoonlijke relaties, waar al in het begin van deze blog melding van werd gemaakt, vinden we in het 1000ste nummer van LeMan. 
In deze dubbeldikke grootformaat editie, gedrukt op zwaarder papier, wordt in tekst en beeld uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van het twintig jaar oude weekblad. Onder andere met een in tradioneel geel/zwarte strip van nostalgie-expert Güneri İçoğlu en een special van 4 zwart/wit pagina's van fantasy/horror-veteraan Galip Tekin. 
En er staan enkel tributes in. Van de hardekerners van weekblad Penguen: Bahadir Baruter, Selçuk Erdem, Erdil Yaşaroğlu en Metin Üstündag; en die van Uykusuz: Memo Tembelçizer en Ersin Karabulut...
Cover van LeMan #1000, januari/februari 2011 (tekening Bahadir Boysal)
strip van Güneri İçoğlu
Tributes van de Penguen kopstukken
Een dagboekpagina over LeMan van Ersin Karabulut
Onder de strip van Memo Tembelçizer, die zich hier 'Memo, de luie lezer' laat noemen

maandag 21 november 2011

Kenan Yarar & Onur Uysal


Het is 29 oktober, de 88e verjaardag van de republiek (“cumhürriyet”) Turkije. Er stonden allerlei festiviteiten op het programma, maar die zijn afgelast vanwege de recente aardbeving in Van. Wel hangen er overal -soms enorme- Turkse vlaggen, nog meer dan gewoonlijk.
We ontmoeten Kenan en Onur bij de metro-uitgang op het Taksim-plein, en lopen naar een zeer groot grand café (vier verdiepingen) aan de Istikal Caddesi, de grote winkelboulevard, waar we rustig kunnen praten. Koffie, (ijs)thee, grote ‘sandwiches’. Kenan neemt een groot stuk chocoladetaart, dat hij maar half opeet. De hele middag zitten we te praten, ook over strips en cartoons in Nederland. Een dubbelzijdig interview, noemt Onur het, al is dat een beetje overdreven. Onur vertaalt, soms probeert Kenan iets in het engels te zeggen, maar z’n engels is gebrekkig (en ons turks houdt ook al niet over). Aan het eind van de middag gaan we voor bier naar een café, pal tegenover de redactieburelen van Uykusuz.

Kenan
Kenan is als tekenaar begonnen bij Hibir. Later ging hij tekenen voor Lombak, daarna voor Penguen. Inspiratiebronnen voor hem zijn Manara, Bilal en vooral Moebius. Een Turkse inspiratiebron is Suat Gönülay, die hij bewondert zowel qua schrijven als qua tekenen, z’n manier van verhalen vertellen en z’n techniek. 
In de jaren 90 probeerde hij veel genres uit. Melankomik (1997) is een verzameling van z’n verhalen uit HBR, Hilal (2005), genoemd naar de hoofdpersoon, is een verzameling van verhalen uit Lombak. Momenteel tekent hij voor Penguen psychologische horror-strips, een lang lopende serie van korte verhalen. En hij werkt aan een nieuw album, met de werktitel iLive.
Kenan lettert zijn strips zelf, met de hand. Dat is ‘levender’ dan letteren met de computer, en bovendien veel sneller. Hij ‘kleurt’ ook zelf zijn verhalen, meestal in zwart/wit grijstinten - dat dan weer wel op de computer.
Hij maakt geen cartoons meer. Dat heeft hij in z’n Hibir-tijd wel geprobeerd, maar hij vond dat hij er niet goed in was/het eigenlijk niet kon.



Kenans verhalen ontstaan tijdens het schetsen. Hij schrijft niet eerst een verhaal uit. Vaak zit hij maar wat te tekenen en dingen uit te proberen, en dan ontstaat daaruit een verhaal. In zijn begintijd probeerde hij vooral ‘mooi’ te tekenen, en vond hij het verhaal niet zo belangrijk. Hij was de eerste 10 jaar van z’n carrière op zoek naar verhalen van anderen om te tekenen. Een scenarist kon hij echter niet vinden. Gaandeweg ontdekte hij dat een tekenaar niet alleen moet tekenen, maar ook verhalen moet kunnen vertellen. Tijdschriften betalen trouwens ook niet apart voor scenario’s, en eigenlijk alle strips in de tijdschriften zijn dan ook zowel geschreven als getekend door dezelfde persoon.
Om een boterham te verdienen met tekenen is het zaak binnen te komen bij een gerenommeerd tijdschrift. Kenan kan leven van z’n strips. Hij krijgt een salaris en het tijdschrift betaalt voor hem sociale premies en dergelijke. Het salaris wordt gebaseerd op het aantal pagina’s dat een tekenaar doorgaans levert. Bij ziekte ofzo wordt het salaris doorbetaald.
In principe ligt het copyright op tekenwerk bij de maker, behalve in de week dat het tijdschrift waarin het werk staat, verschijnt. Turkse stripboeken zijn bijna altijd verzamelingen van eerder in tijdschriften gepubliceerde verhalen.
Bundeling van strips in een boek gaat soms op initiatief van de tekenaar, soms op initiatief van de uitgever. Hilal bijvoorbeeld is bij een andere uitgever (Dogan) verschenen dan die van het tijdschrift waarin de verhalen stonden. Vormgeving van het boek wordt meestal betaald door de tekenaar; als het boek helemaal klaar is, betaalt de uitgever de drukkosten. De tekenaar krijgt doorgaans zo’n 15% van de opbrengst.

Kenan woont in het Aziatische deel van Istanbul (net als Onur trouwens). Hij is zeer ordelijk (aldus Onur), keurige flat, opgeruimd bureau, drinkt niet, rookt niet, geen drugs. Mensen die zijn werk kennen, snappen niet dat de maker ervan zo’n keurig en bescheiden mens is. Z’n muzieksmaak is ook al niet erg uitgesproken: lounge.
Ongeveer vijf jaar geleden was er veel commotie rond een strip van Kenan, een verhaal over een gezin van seriemoordenaars. Hij werd aangeklaagd voor het 'verstoren van de moraal van de Turkse familiestructuur'. Kenan was erg ongerust en van slag; zo’n affaire is niets voor hem. Hij wil geen gedoe om zich heen, hij wil alleen ongestoord en zonder iemand te storen z’n verhalen maken. De zaak werd uiteindelijk geseponeerd.

Onur
Onur leerde lezen met behulp van comics. Z’n moeder was lerares en stimuleerde dat. Hij denkt dat veel mensen van zijn leeftijd indertijd zo hebben leren lezen. Hij las veel cowboy- en andere avonturenverhalen, veelal vertaald uit het italiaans – Tom Miks, Texas, enz.
Onur is filmer, maakt momenteel een mockumentary over een actieheld in de Turkse filmindustrie. De grap is dat zowel Turkse actiehelden als de Turkse filmindustrie niet bestaan. Het project wordt dan ook gefinancierd met eigen geld. 
Hij is groot liefhebber van strips. Hij zou graag een enorme verzameling aanleggen, maar veel van wat hij goed vindt, is in Turkije niet te krijgen, en hij heeft er trouwens het geld ook niet voor. Daarom zoekt hij op internet en probeert hij te downloaden wat hij maar vinden kan. Hij is ook fan van Bill Hicks, overigens.
‘Onur’ klinkt als ‘honour’ en dat betekent het ook.

Strips in Turkije
Kenan voelt zich soms een beetje een ‘rockstar’, met een schare trouwe fans. Lange rijen fans (“duizenden”) bij boekenbeurzen, die komen voor een handtekening, een foto, een originele tekening. Natuurlijk heeft hij niet zo veel fans als popsterren, maar ze zijn wel heel trouw. Meer tekenaars hebben dat, maar niet veel. Een stuk of 5, denkt Kenan, maar al te veel striptekenaars zijn er volgens hem ook niet in Turkije, alles bij elkaar misschien een stuk of 25.
Eind jaren 90, begin deze eeuw stonden er veel meer langer lopende (vervolg)verhalen in de striptijdschriften. Nu zijn het veelal kortere verhalen, wellicht vanwege internet willen lezers sneller lezen en sneller het einde weten. Lezers hebben niet meer de concentratie en de tijd om te wachten op het vervolg, ze zijn ongeduldiger, alles moet sneller, het hele leven gaat sneller.

Kenan heeft nooit geprobeerd z’n werk in het buitenland gepubliceerd te krijgen. Hij denkt dat het te Turks is om in het buitenland aan te slaan. (Dat vindt Onur helemaal niet, integendeel, hij zit Kenan voortdurend op de huid om ’t te proberen en wil met alle liefde de verhalen in het engels vertalen.) En, zegt Kenan, de tijdschriften waarin de verhalen zijn gepubliceerd, hebben het niet graag: ‘they own the artist’, en zijn werk. Tekenaars werken zelden voor meerdere tijdschriften, hooguit voor een weekblad en een maandblad, en dan nog meestal uit dezelfde stal.
Veel mensen in Turkije, betoogt Onur, zijn überhaupt niet geïnteresseerd in het buitenland, ze zijn druk met hun leven in Turkije en met wat ze proberen op te bouwen. ‘Als je zo nodig in het buitenland wilt publiceren, ga daar dan naartoe en kom niet meer terug,’ vinden velen. Daarnaast, veel Turken zijn voortdurend aan het rekenen, en denken bij van alles ‘wat kost dat’, ‘hoeveel is het waard’ - bij wat ze in een winkel zien, maar bijvoorbeeld ook als ze gewoon ergens een kamer binnenkomen en naar het meubilair kijken. Als Kenan in het buitenland zou publiceren, gaan mensen om hem heen allicht denken ’wat zal hij daarmee wel niet verdiend hebben?!’ Daar moet hij niets van hebben. Hij wil gewoon rustig z’n werk maken, zonder praatjes achter z’n rug.

Kenan is bezig een vereniging te vormen van tekenaars, schrijvers, filmers, met name in het Scifi/Fantasy genre. Om elkaar te ondersteunen en te kunnen profiteren van elkaars netwerk om dingen van de grond te krijgen. Maar ook om samen sterker te staan, bijv. ten aanzien van copyrights.
(aut. Niels)

vrijdag 4 november 2011

De familie Girgir


In 1972 begon de -in Turkije- vermaarde cartoonist/striptekenaar Oguz Aral het weekblad Girgir, onder de vlag van de uitgeverij van dagblad Günaydin. Het blad was een groot succes -haalde op zeker moment oplagen van bijna een miljoen- en in 1976 bracht de uitgeverij van het concurrerende dagblad Hürriyet ook een cartoon/stripblad op de markt Çarşaf geheten. Als reactie daarop startte Aral binnen het Günaydin-concern een tweede blad, Firt (later omgedoopt tot Firfir), in de verwachting dat met twee bladen een groter deel van de markt in handen te houden was. In 1978 startte Laklak, een zondagsbijlage van dagblad Günaydin. Een poging in 1979 van tekenaars van Girgir om voor zichzelf te beginnen met het blad Mikrop was geen lang leven beschoren.
In 1986 deed een andere groep tekenaars een succesvollere poging een eigen blad te beginnen. Ze startten Limon, dat in 1991 verder ging als onafhankelijk weekblad LeMan. In 1989 werd het blad Digil gelanceerd, en om zich de kaas niet van het brood te laten eten herhaalde Aral zijn truc van 1976: hij begon een nieuw blad, Hibir, dat in 1994 onafhankelijk werd onder de naam HBR maymun, kortweg HBR.
In 1990 werd het Günaydin-concern door de autoriteiten gedwongen het blad Girgir af te stoten. De titel werd verkocht aan een ander groot mediaconcern, maar Aral en de andere tekenaars wilden niet verkocht worden en begonnen het blad Avni, vernoemd naar de bekendste stripfiguur van Aral. Een paar tekenaars van Avni richtten later het underground-blad Pişmiş Kelle op, dat de ambitie had om buiten de gebaande paden te treden. De nieuwe eigenaar van Girgir intussen zocht andere tekenaars bij elkaar – het blad bestaat nog steeds, maar leidt een bestaan in de marge.
In de loop van de jaren 90 zakten de verkoopcijfers van de cartoon/stripbladen steeds verder in. De grote uitgeefconcerns trokken zich terug en de onafhankelijke bladen konden het niet meer bolwerken. In 1996 hielden zowel Avni als Çarşaf als Pişmiş Kelle het voor gezien, in 1998 gevolgd door HBR. Aldus was er nog maar één serieus te nemen blad over, LeMan.
In 2000 scheidde een groepje tekenaars van LeMan zich af en begon voor zichzelf met het weekblad Penguen. In 2007 scheidde een groepje tekenaars zich weer af van Penguen en begon voor zichzelf met het weekblad Uykusuz. Deze drie bladen -Penguen, Uykusuz en LeMan - hebben nu het grootste deel van de markt in handen, wekelijks bij elkaar zo’n 130.000 exemplaren.
In 1996 startte LeMan met een maandblad, L-Manyak. In 2001 splitste een groepje tekenaars zich af en begon het maandblad Lombak. Dit blad bestaat sinds 2009 niet meer, maar leeft voort op een aparte pagina in Penguen. Begin dit jaar begon een groepje tekenaars van LeMan het maandblad Harakiri, dat echter al na twee nummers -vanwege juridische procedures door de overheid- werd gestaakt. Eveneens dit jaar startte LeMan het maandblad Bayan Yani, dat geheel door vrouwelijke tekenaars wordt gevuld.

(aut. Niels, met dank aan M.K.Perker)





dinsdag 1 november 2011

Observaties van de middenstand

Ons hotel bevindt zich in de textielwijk van Istanbul. Vanaf ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zien we er mannen sjouwen met grote vierkante, dichtgetapete pakken met ‘handvaten’. De pakken zijn gevuld met dames- en herenkleding, dekbedovertrekken met rouches en pailletjes en meters gordijnstoffen. In deze wijk is de ene naast de andere textielzaak gevestigd. De etalages zijn veelal gelijk, het aanbod verschilt slechts  marginaal. Als Nederlander vraag je je af: hoe kunnen al deze winkels naast elkaar overleven? Concurreren ze elkaar niet dood? Voor een Turk ligt dat anders. Marktwerking lijkt hier geen zaak van harde commercie, maar van familie en vrienden.
Zoals er straten vol kledingzaken zijn, zo zijn er straten vol plastic speelgoed, straten vol muziekinstrumenten en straten gevuld met horloges. Je hebt de schoonmaakartikelenbuurt en de juwelenwijk, de notensteeg en de schoenenlaan. Alleen de winkels voor levensmiddelen verspreiden zich over de stad, alle andere producten worden verkocht op één locatie. En het zijn er veel. Turken lijken geboren ondernemers.
Maar waar de meeste Nederlandse ondernemers zichzelf onmiddellijk gaan onderscheiden van de concurrentie met een kansrijke locatie, flitsend reclamemateriaal en een eigen keurmerk, zien we in Turkije geen tekenen van een zware concurrentiestrijd tussen winkels. Wat we wel zien zijn winkeliers die broederlijk samen een appelthee voor hun winkels nuttigen en zelfs oppassen op de winkel van de ander als die even weg moet.

Ook de doorsnee Turkse koper lijkt zich anders te gedragen dan de gemiddelde Nederlandse consument. Als een Nederlander een wasmachine nodig heeft dan gaat hij over het algemeen naar de speciaalzaak die het dichtste bij is en wint daar informatie in over mogelijkheden. Hij vergelijk de prijzen en besluit als hij de juiste prijs-kwaliteitverhouding heeft gevonden. Voor de Turkse consument werkt dat wat anders. Als een Turk een wasmachine nodig heeft dan zoekt hij meestal eerst in zijn vriendenkring naar iemand die dit product verkoopt. Als hij zelf niemand kent dan vraagt hij zijn vrienden of zij iemand kennen. Het kopen van een product in een winkel is dan niet alleen meer een zakelijke transactie, maar ook een vriendendienst. Prijzen zijn onderhandelbaar en voor de keuze ga je af op het advies van de aanbevolen winkelier. Zo van buitenaf bekeken krijg je de indruk dat winkelen in Turkije een socialer gebeurtenis is dan in Nederland, minder gericht op het maken van winst, meer gericht op het contact.

Nu is de vraag of het ook zo werkt met de striptekenaars die voor de grote stripweekkranten werken. De hoofdredacteurs van Penguen (Metin Üstüntäg) en LeMan (M.K. Perker) bevestigen dat ook de tekenaars zo te werk gaan. Hun persoonlijke mailadres en website staat vaak boven hun werk. Zij worden eerst vrienden met hun lezers. Ze knuffelen wat op facebook, drinken een wijntje in het café dat onder de redactieruimte van LeMan gevestigd is en als ze elkaar genoeg kennen dan gaat de lezer lezen en betalen voor de aanschaf van de krant waarin zijn vriend tekent. Een van de lezers gaf zelfs aan dat toen een tekenaar wiens werk hem erg aansprak van Penguen naar Uykusuz overstapte hij ook is overgestapt.
Net als de winkeliers doen ook de stripkranten niet aan reclame. Zij plaatsen geen advertenties van bedrijven. Zij ontvangen geen sponsorgelden of subsidies en verdienen hun eigen geld met het werk dat zij verkopen. Metin Üstüntäg omschreef de concurrentie tussen de verschillende kranten als “een vriendelijk soort concurrentie”.
(aut. Mirjam)


Grappig gegeven bij wat hierboven staat is dat de kantoren van de grote stripbladen -feitelijk nakomelingen van elkaar- in gigastad Istanbul alledrie in een 'draaicirkel' van 1 kilometer gevestigd zijn. Wat niets te maken heeft met huurprijzen of waar hun werknemers wonen.
En Perker vergeleek de tijdelijke crisis van 1996 in het Turkse striplandschap, toen de bladen één voor één omvielen tot alleen LeMan overbleef met een straat waarin één goedlopende kapperszaak zit. Andere ondernemers zien dat, zetten daarnaastook een kapperszaak op en liften zo mee op dat succes. Als die ene eerste zaak (in dit specifieke parallel het weekblad Girgir) dan verdwijnt, zullen ook de anderen wegkwijnen.
(aut. Albo)

maandag 31 oktober 2011

Handen in Istanbul

Handen tijdens het gesprek dat Inktpotters Albo en Niels hadden met striptekenaar Kenan Yarar en cineast Onur Uysal, afgelopen zaterdag in een cafe-restaurant aan de Istiklal caddesi:



donderdag 27 oktober 2011

Turkse strips anno nu 4

Cartoons van Yiğit Özgür, uitgegeven door Mürekkep



Relatiestrips van Oky (Gencer Oktay), uit Uykusuz



woensdag 19 oktober 2011

Eerste werkdag

tekening: Ronald van der Heide

18/10

We zijn afgelopen nacht in Istanbul aangekomen. Na het ontbijt van het hotel in Sultanahmet naar de wijk Taksim gelopen, waar zich het centrum van de cartoon- en stripscene van de stad afspeelt. Het is zo'n 4,5 kilometer naar onze eerste bestemming, het pand waar de bladen van de LeMan-groep gemaakt worden, aan de Imam Adnan sokak (=straat). We doen er langer over dan google maps heeft begroot, de stad begint net in al zijn glorie op te staan en je komt ogen en oren te kort onderweg. Bovendien is de weg na de Galatabrug opeens erg steil omhoog.
LeMan is gemakkelijk te vinden. Op begane grond bevindt zich het LeMan Kultur Cafe, een hippe hang-out ernstig gedecoreerd met alles strip. Het is om half twaalf nog gesloten. De mensen die schoonmaken vertellen ons dat dinsdag altijd de dag is dat iedereen van LeMan uitslaapt. Maandags komen alle tekenaars in het pand bijeen en wordt de vulling van de eerste twee pagina's van het weekblad getekend. Dat zijn grotendeels cartoons en korte gags die het laatste nieuws behandelen. De rest van het blad, veel strips zijn al eerder bij de tekenaars op hun eigen werkplekken aangemaakt. Ook de voorpagina wordt maandag gemaakt. Dit collectieve gebeuren kan tot diep in de nacht duren, en gaat gepaard met de nodige deadlinestress. Dat je daar even van moet bijkomen hebben we het volste begrip. We besluiten later de middag nog eens te proberen.
In de tussentijd bezoeken we Gon Comics (Çizgi Roman Kitabevi), de enige stripwinkel in Istanbul die we op internet konden vinden. Dat ligt in dezelfde straat als het Goethe Instituut, de Yeni Çarsi Caddesi, op nummer 34A om precies te zijn.
Cenk, de winkelmanager vertelt ons dat de zaak een filiaal is van de Robinson Crusoë boekhandel om de hoek. Hij verzorgt zelf de import van Engelstalig stripwerk, een uitgebreide collectie die in de betere Nederlandse stripwinkel niet zou misstaan: graphic novels, superhelden en flink wat Amerikaanse manga-vertalingen. De laatste populair bij alle Europese jongeren, dus ook die van Istanbul, en leep op ooghoogteplanken opgesteld. Het Engelstalig, en een hoekje Frans, beslaat een groot deel van de winkel, maar er is ook een schap Turks stripwerk, van eigen bodem. Bundels van de bladen Penguen en Uykusuz, van series die daarin liepen, en op zichzelf staande albums. Cenk vertelt dat strips in boekvorm maar een relatief klein deel van het marktsegment vormt. De Turkse strip is bij uitstek iets dat in tijdschriften leeft. De stripboeken die uitkomen zijn ook te vinden in de gewone boekhandels, maar kunnen net zo goed ongemeen populair zijn. Het eerste album met nogal rauwe autobiografische verhalen van de jonge Uykusuz tekenaar Ersin Karabulut is bijvoorbeeld al aan zijn tiende druk toe.
Dat Gon de enige stripboekhandel in Istanbul, of zelfs Turkije is, is een misvatting. Er zit nog een in het Aziatische deel van de stad, horen we, en een in Izmir. Maar nee, stripfestivals kennen ze hier niet. Er was wel iets wat erop lijkt in 2010, Istanbulles, een Frans initiatief waarbij ook 'franco-belgische' stripmakers zijn overgevlogen om hun werk te tonen. Gon doet mee aan de internationale Free Comic Book Day, in mei. En er is, ontdekken we even later als we koffie gaan drinken een paar blokken verderop, een beperkte straatexpo van LeMan-tekenaars. Dat soort initiatieven heb je meer in deze wijk. Zich in levende lijve aan de fans presenteren gebeurt met name tijdens de jaarlijkse (algemene) boekenbeurs.
Als we weer terug zijn bij LeMan worden we welkom geheten door eindredacteur M.K. Perker, een ook in Amerika publicerende en langdurig in New York woonachtige stertekenaar. Tijdens de korte kennismakingsronde -we moeten hierna als een haas naar de redactie van 'concurrent' Penguen, waar via internet een afspraak mee is geregeld- biedt hij ons Utrechtse tekenaars werkruimte in de kantoren aan, en verder alle hulp die we bij de speurtocht nodig hebben.
Daarna is het op naar de Anadolu sokak, aan de andere kant van de Istiklal boulevard, waar op de vierde en vijfde verdieping stripweekblad Penguen en hun uitgever Getto huizen. We spreken hier met één van de vijf kernredactieleden, en grand old man van de Turkse cartoons Metin Üstündag.
(Albo)

Het geweten van Turkije
Volgens Metin Üstündag zijn de striptekenaars het geweten van de Turkse samenleving. Zij geven vrij van competitie, vrij van commerciële of politieke doelen in alle eerlijkheid hun mening over de problemen van de Turkse maatschappij. Zij geven het volk adviezen, ongevraagd en belangeloos. Hun populariteit is groot. Hun werk wordt gekocht, gelezen, geliefd en geloofd. In Turkije is strips maken een professionele industrie voor een volwassen doelgroep met een serieuze behoefte. “Voor Turken is strips maken een therapie: we plaatsen de problemen van onze harten buiten onszelf en maken er een grapje over. Daar worden ze meteen minder zwaar van. Voor mensen in andere landen is dat anders. Daar zijn strips geen noodzaak maar dressing op de sla.”

De opbouw van de krant
De eerste paar pagina’s zijn de redactiepagina’s. Die worden gemaakt door alle striptekenaars samen. Bij Penguen zijn dat er 16. Deze pagina’s gaan over de actualiteit. Alle tekenaars leveren voor deze pagina’s vooraf ideeën aan in schetsvorm. Op de maandagavond  is er redactieavond. Dan bekijkt de redactie alle ideeën die zijn aangeleverd en besluit welke gebruikt worden. De tekenaars die die ideeën hebben aangeleverd gaan hun idee diezelfde avond nog uitwerken. Dat wordt vaak nachtwerk.
Daarnaast heeft elke tekenaar zijn of haar eigen plek in de pagina’s achter de redactiepagina. Elk van hen heeft zijn eigen thematiek. Die van Metin Üstündag, een van de eigenaars van Penguen, is bijvoobeeld man- vrouwrelaties. In het kader van dat thema maakt iedere tekenaar in zijn eigen stijl een bijdrage.
De laatste pagina word gevuld met werk van lezers van het blad, amateurtekenaars. Zij mogen hun werk bij de redactie inleveren. De redactie bekijkt hun bijdragen en selecteert er een aantal uit die zij willen publiceren. De tekenaar wordt dan op de redactiedag uitgenodigd om ter plekke zijn bijdrage af te maken onder het wakend oog van de meer ervaren tekenaars. Zo creëert Penguen een kweekvijver voor jong striptalent en krijgt nieuwe aanwas van nog onbekende, interessante tekenaars. Sommige tekenaars blijven en verhuizen van de achterpagina naar de binnenpagina’s en later zelfs naar de voorpagina.

Het atelier van Rubens
Je kunt de manier van werken vergelijken met die in het kunstenaarsatelier van Rubens. De meester (in dit geval de vijf ervaren tekenaars die de eigenaars van Penguen zijn) krijgt leerlingen en die leiden ze op totdat ze zelf ook meester in de kunst zijn. Eenmaal zover kunnen zij een eigen atelier beginnen waar zij weer meester zijn en zelf leerlingen zoeken en opleiden. Zo is Penguen ontstaan uit Girgir en ontstond Uykusuz weer uit Penguen. Onderling is er een vriendelijke competitie. Er is vooral veel wederzijds respect. Tekenaars wisselen niet van krant. Ze kiezen op basis van artistieke criteria voor een krant en verbinden zich daar ook echt aan. De visies van de verschillende kranten verschilt niet echt.
Zoals Rubens goed kon leven van de inkomsten uit zijn atelier, zo kunnen ook de eigenaars van Penguen goed rondkomen van de opbrengsten van hun krant.  Met een oplage van 70.000 wekelijkse kranten die per stuk voor 2 Turkse Lira (± 80 eurocent) als zoete broodjes over de toonbank gaan verdienen zij genoeg om tekenaars een goed salaris te betalen en degenen die een incidentele bijdrage hebben geleverd een vergoeding uit te keren. Hun eigen inkomsten worden nog vergroot door de maandelijkse en jaarlijkse bundels die in de boekhandels worden verkocht.

De stem van het volk
Na het verschijnen van het nieuwste nummer van Penguen ontvangt de redactie telefoontjes van lezers die reageren op de stripjes die erin stonden. Ook de tekenaars onderhouden via hun sociale netwerken, stripfora en persoonlijke blogs contacten met hun lezers over hun werk. Een maal per jaar ontmoeten tekenaars en lezers elkaar live op de boekenbeurs in Istanbul. Je zou de relatie tussen de tekenaar en zijn publiek kunnen omschrijven als een haat-liefdeverhouding. Hun populariteit laat zich nog het best illustreren aan de hand van een anekdote over Oguz Aral.
Oguz Aral is oprichter van het vermaarde Girgir en de vader van de strip zoals die nu in bladen als Penguen en LeMan verschijnt. Vóór hem was er in Turkije wel de nonverbale strip, maar die werd gerekend tot de beeldende kunsten. Aral introduceerde de strip met tekstballonnetjes en gaf Turkije daarmee een heel nieuw communicatiemedium. Toen Aral stierf - zo gaat het verhaal - sloten alle verkopers in de bazaar hun winkels om naar zijn begrafenis te gaan. Hij was immens populair.
Ook de tekenaars van Penguen staan in de maatschappij in aanzien. Universiteiten nodigen hen uit om colleges te geven over economische, politieke  en sociologische issues. Hoewel de tekenaars geen achtergrond hebben in deze vakgebieden zijn zij wel voorbeeldige observatoren. De manier waarop zij naar de maatschappij kijken en erop reflecteren wordt in de Turkse samenleving hooglijk gewaardeerd
De meeste tekenaars hebben geen specifieke kunstopleiding gevolgd. Zij hebben al doende geleerd om hun observaties om te zetten in beeld en tekst. Je zou hen kunnen vergelijken met een journalist. Alleen: in tegenstelling tot journalisten zijn tekenaars niet verbonden aan een politiek of commercieel doel. Wie verbonden is aan een televisiekanaal of een krant heeft altijd te maken met een kader, een missie of een visie die beperkt wat wel en niet gezegd mag worden. Tekenaars zijn vrij. Zij kunnen reflecteren op gebeurtenissen of situaties in de maatschappij zonder gebonden te zijn aan wat mag of niet. Hun enige restrictie is de redactie. Hun problemen zijn die van het volk.
Bij twijfel is het collectief van de redactie dat beslist of iets wel of niet in de krant komt te staan. Binnen de redactie hebben de oudste broeders het meest te zeggen. Als een tekenaar hen weet te overtuigen dan maakt hij een goede kans. Maar ook de anderen mogen hun mening geven en vinden een luisterend oor. Het prettige aan deze manier van werken is dat als er een strip aanleiding geeft tot een rechtszaak de hele redactie achter de tekenaar staat en diens argumentatie ondersteunt.
(aut: Mirjam)

gevel van Gon Comics
schap Turks stripwerk in Gon Comcs
gevel van het LeMan gebouw, het Kultur Cafe beneden 
de Inktpotters in gesprek met M.K. Perker (geheel rechts) in LeMan Kultur Cafe
kiosk op Istiklal caddesi
kleine straatexpo van stripblad LeMan, gezien vanuit koffiehuis
Metin Üstündag in zijn kantoor op redactie Penguen