Posts tonen met het label uykusuz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uykusuz. Alle posts tonen

woensdag 11 april 2012

Oky

Stripmaker Oky (pseudoniem Oktay Gencer) is grootproducent van series waarin dialogen op filmische wijze worden uitgesponnen en een hoog realismeniveau hebben. Dat dan weer mooi contrasteert met een pseudo-cartooneske stijl. Zijn relatiedrama Çarpişma (Botsing), die we vanwege de ijzeren regelmaat en tegenculturele karakters graag betitelen als 'alt.soap' werd ooit opgestart met vriend en collega Memo Tembelçizer in weekblad Penguen, en loopt nu nog steeds als soloproject in weekblad Uykusuz.
Voor Turkartoon is een aflevering vertaald te zien in krant en expo, onderstaand enkele orginelen in het Turks.

Een van de eerste afleveringen van Çarpişma, uit Penguen 2003.
Geschreven door Oky, getekend door Memo Tembelçizer.

De serie zoals hij momenteel loopt in weekblad Uykusuz, getekend en geschreven door Oky


dinsdag 14 februari 2012

L.e.s.s. & Emrah Ablak

Uykusuz tekenaar Emrah Ablak maakte voor de Turkse alt-rock band l.e.s.s. tenminste twee stripjes, die tot clip zijn omgebouwd. Hieronder een:


Beni Aldiginda from Cenk Haznac on Vimeo.

maandag 30 januari 2012

Martelaren


Stripmakers die strips over hun eigen leven maken zijn er zat op deze wereld. Stripmakers die in hun eigen strips stèrven alweer stukken minder. En van de stripmakers die in hun strips niet alleen zichzelf maar ook hun vrienden aan hun eind laten komen, en dat keer op keer op keer, is er hoogstwaarschijnlijk maar één. 
Hoe ongeloofwardig het ook klinkt, dit was dus wel het thema van de serie L-manyak Sehitleri (‘Martelaren van L-manyak’) dat eind jaren 90 in het gelijknamige stripmaandblad liep. De strip was een bedenksel van Memo Tembelçizer, nu één van de eigenaren van weekblad Uykusuz. In elke afleveringen beleefde hij met zijn tekenaarsvrienden een avontuur dat steevast in een bloedbad moest uitlopen. De gein ervan steeds nieuwe manieren te vinden om de personages, zichzelf dus, dood te laten gaan. Om dan weer weer fris als een hoentje te herrijzen in een volgend nummer van L-manyak (‘de maniak’, de toegevoegde L teken dat het blad uit de LeMan stal komt).
Hoe zoiets kan gaan staat in onderstaand voorbeeld uit L-manyak #17. Memo gaat uit picknicken met collega’s Bülent Üstün, Mehmet Coşkun, Bahadir Baruter en Andaç Gürsoy, één van de weinige vrouwelijke tekenaars die voor L-manyak werkte (en dat overigens nog steeds doet!). Een nogal willekeurige confrontatie met twee andere picknickers escaleert razendsnel en loopt voor allen gruwelijk af. Zo wordt Memo zelf de grill ingebeukt en rent dan met zijn verschroeide gezicht tegen een reeks bomen aan.
Toen Tembelçizer later overstapte naar maandblad Lombak, nam hij de serie mee. Die werd herdoopt in ‘Martelaren van Lombak’, qua setting meer science-fiction en uiteindelijk minder fataal in zijn eindes.
Tembelçizer's werk kenmerkt zich door kortstondige maar heftige series met autobiografische inslag. Op moment van schrijven loopt van hem in Uykusuz ‘Makul Koca Memoşko, yenilginin kisa tarihi’ (Memootje de Brave Echtgenoot, korte geschiedenis van een nederlaag), met zijn belevenissen als verantwoordelijke jonge vader...

L-manyak met covertekening van Bahadir Baruter

Openingspagina van 'Martelaren van Lombak', uit Lombak #38 (2004)


donderdag 26 januari 2012

Vriendschappelijke concurrentie


Een typisch staaltje van de 'vriendschappelijke concurrentie' tussen de grote Turkse stripbladen, en de onderlinge persoonlijke relaties, waar al in het begin van deze blog melding van werd gemaakt, vinden we in het 1000ste nummer van LeMan. 
In deze dubbeldikke grootformaat editie, gedrukt op zwaarder papier, wordt in tekst en beeld uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van het twintig jaar oude weekblad. Onder andere met een in tradioneel geel/zwarte strip van nostalgie-expert Güneri İçoğlu en een special van 4 zwart/wit pagina's van fantasy/horror-veteraan Galip Tekin. 
En er staan enkel tributes in. Van de hardekerners van weekblad Penguen: Bahadir Baruter, Selçuk Erdem, Erdil Yaşaroğlu en Metin Üstündag; en die van Uykusuz: Memo Tembelçizer en Ersin Karabulut...
Cover van LeMan #1000, januari/februari 2011 (tekening Bahadir Boysal)
strip van Güneri İçoğlu
Tributes van de Penguen kopstukken
Een dagboekpagina over LeMan van Ersin Karabulut
Onder de strip van Memo Tembelçizer, die zich hier 'Memo, de luie lezer' laat noemen

vrijdag 4 november 2011

De familie Girgir


In 1972 begon de -in Turkije- vermaarde cartoonist/striptekenaar Oguz Aral het weekblad Girgir, onder de vlag van de uitgeverij van dagblad Günaydin. Het blad was een groot succes -haalde op zeker moment oplagen van bijna een miljoen- en in 1976 bracht de uitgeverij van het concurrerende dagblad Hürriyet ook een cartoon/stripblad op de markt Çarşaf geheten. Als reactie daarop startte Aral binnen het Günaydin-concern een tweede blad, Firt (later omgedoopt tot Firfir), in de verwachting dat met twee bladen een groter deel van de markt in handen te houden was. In 1978 startte Laklak, een zondagsbijlage van dagblad Günaydin. Een poging in 1979 van tekenaars van Girgir om voor zichzelf te beginnen met het blad Mikrop was geen lang leven beschoren.
In 1986 deed een andere groep tekenaars een succesvollere poging een eigen blad te beginnen. Ze startten Limon, dat in 1991 verder ging als onafhankelijk weekblad LeMan. In 1989 werd het blad Digil gelanceerd, en om zich de kaas niet van het brood te laten eten herhaalde Aral zijn truc van 1976: hij begon een nieuw blad, Hibir, dat in 1994 onafhankelijk werd onder de naam HBR maymun, kortweg HBR.
In 1990 werd het Günaydin-concern door de autoriteiten gedwongen het blad Girgir af te stoten. De titel werd verkocht aan een ander groot mediaconcern, maar Aral en de andere tekenaars wilden niet verkocht worden en begonnen het blad Avni, vernoemd naar de bekendste stripfiguur van Aral. Een paar tekenaars van Avni richtten later het underground-blad Pişmiş Kelle op, dat de ambitie had om buiten de gebaande paden te treden. De nieuwe eigenaar van Girgir intussen zocht andere tekenaars bij elkaar – het blad bestaat nog steeds, maar leidt een bestaan in de marge.
In de loop van de jaren 90 zakten de verkoopcijfers van de cartoon/stripbladen steeds verder in. De grote uitgeefconcerns trokken zich terug en de onafhankelijke bladen konden het niet meer bolwerken. In 1996 hielden zowel Avni als Çarşaf als Pişmiş Kelle het voor gezien, in 1998 gevolgd door HBR. Aldus was er nog maar één serieus te nemen blad over, LeMan.
In 2000 scheidde een groepje tekenaars van LeMan zich af en begon voor zichzelf met het weekblad Penguen. In 2007 scheidde een groepje tekenaars zich weer af van Penguen en begon voor zichzelf met het weekblad Uykusuz. Deze drie bladen -Penguen, Uykusuz en LeMan - hebben nu het grootste deel van de markt in handen, wekelijks bij elkaar zo’n 130.000 exemplaren.
In 1996 startte LeMan met een maandblad, L-Manyak. In 2001 splitste een groepje tekenaars zich af en begon het maandblad Lombak. Dit blad bestaat sinds 2009 niet meer, maar leeft voort op een aparte pagina in Penguen. Begin dit jaar begon een groepje tekenaars van LeMan het maandblad Harakiri, dat echter al na twee nummers -vanwege juridische procedures door de overheid- werd gestaakt. Eveneens dit jaar startte LeMan het maandblad Bayan Yani, dat geheel door vrouwelijke tekenaars wordt gevuld.

(aut. Niels, met dank aan M.K.Perker)





dinsdag 1 november 2011

Observaties van de middenstand

Ons hotel bevindt zich in de textielwijk van Istanbul. Vanaf ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zien we er mannen sjouwen met grote vierkante, dichtgetapete pakken met ‘handvaten’. De pakken zijn gevuld met dames- en herenkleding, dekbedovertrekken met rouches en pailletjes en meters gordijnstoffen. In deze wijk is de ene naast de andere textielzaak gevestigd. De etalages zijn veelal gelijk, het aanbod verschilt slechts  marginaal. Als Nederlander vraag je je af: hoe kunnen al deze winkels naast elkaar overleven? Concurreren ze elkaar niet dood? Voor een Turk ligt dat anders. Marktwerking lijkt hier geen zaak van harde commercie, maar van familie en vrienden.
Zoals er straten vol kledingzaken zijn, zo zijn er straten vol plastic speelgoed, straten vol muziekinstrumenten en straten gevuld met horloges. Je hebt de schoonmaakartikelenbuurt en de juwelenwijk, de notensteeg en de schoenenlaan. Alleen de winkels voor levensmiddelen verspreiden zich over de stad, alle andere producten worden verkocht op één locatie. En het zijn er veel. Turken lijken geboren ondernemers.
Maar waar de meeste Nederlandse ondernemers zichzelf onmiddellijk gaan onderscheiden van de concurrentie met een kansrijke locatie, flitsend reclamemateriaal en een eigen keurmerk, zien we in Turkije geen tekenen van een zware concurrentiestrijd tussen winkels. Wat we wel zien zijn winkeliers die broederlijk samen een appelthee voor hun winkels nuttigen en zelfs oppassen op de winkel van de ander als die even weg moet.

Ook de doorsnee Turkse koper lijkt zich anders te gedragen dan de gemiddelde Nederlandse consument. Als een Nederlander een wasmachine nodig heeft dan gaat hij over het algemeen naar de speciaalzaak die het dichtste bij is en wint daar informatie in over mogelijkheden. Hij vergelijk de prijzen en besluit als hij de juiste prijs-kwaliteitverhouding heeft gevonden. Voor de Turkse consument werkt dat wat anders. Als een Turk een wasmachine nodig heeft dan zoekt hij meestal eerst in zijn vriendenkring naar iemand die dit product verkoopt. Als hij zelf niemand kent dan vraagt hij zijn vrienden of zij iemand kennen. Het kopen van een product in een winkel is dan niet alleen meer een zakelijke transactie, maar ook een vriendendienst. Prijzen zijn onderhandelbaar en voor de keuze ga je af op het advies van de aanbevolen winkelier. Zo van buitenaf bekeken krijg je de indruk dat winkelen in Turkije een socialer gebeurtenis is dan in Nederland, minder gericht op het maken van winst, meer gericht op het contact.

Nu is de vraag of het ook zo werkt met de striptekenaars die voor de grote stripweekkranten werken. De hoofdredacteurs van Penguen (Metin Üstüntäg) en LeMan (M.K. Perker) bevestigen dat ook de tekenaars zo te werk gaan. Hun persoonlijke mailadres en website staat vaak boven hun werk. Zij worden eerst vrienden met hun lezers. Ze knuffelen wat op facebook, drinken een wijntje in het café dat onder de redactieruimte van LeMan gevestigd is en als ze elkaar genoeg kennen dan gaat de lezer lezen en betalen voor de aanschaf van de krant waarin zijn vriend tekent. Een van de lezers gaf zelfs aan dat toen een tekenaar wiens werk hem erg aansprak van Penguen naar Uykusuz overstapte hij ook is overgestapt.
Net als de winkeliers doen ook de stripkranten niet aan reclame. Zij plaatsen geen advertenties van bedrijven. Zij ontvangen geen sponsorgelden of subsidies en verdienen hun eigen geld met het werk dat zij verkopen. Metin Üstüntäg omschreef de concurrentie tussen de verschillende kranten als “een vriendelijk soort concurrentie”.
(aut. Mirjam)


Grappig gegeven bij wat hierboven staat is dat de kantoren van de grote stripbladen -feitelijk nakomelingen van elkaar- in gigastad Istanbul alledrie in een 'draaicirkel' van 1 kilometer gevestigd zijn. Wat niets te maken heeft met huurprijzen of waar hun werknemers wonen.
En Perker vergeleek de tijdelijke crisis van 1996 in het Turkse striplandschap, toen de bladen één voor één omvielen tot alleen LeMan overbleef met een straat waarin één goedlopende kapperszaak zit. Andere ondernemers zien dat, zetten daarnaastook een kapperszaak op en liften zo mee op dat succes. Als die ene eerste zaak (in dit specifieke parallel het weekblad Girgir) dan verdwijnt, zullen ook de anderen wegkwijnen.
(aut. Albo)

Turkse strips anno nu 6

Ook Turkije kent zijn score aan autobiografische tekenaars, die zich voor een groot deel verzamelen in stripweekblad Uykusuz (='slapeloos') Van de mannen is stilistisch de meest vaardige en 'oogvriendelijkst' Ersin Karabulut (1981). Hij debuteerde reeds op zijn 16de bij het undergroundblad Pişmiş Kelle ('gekookt hoofd'), waarna stripwerk voor Lombak en Penguen volgden. Voorafgaand aan onderstaand tweede deel van zijn gebundelde dagboekpagina's Sandik-içi verscheen een doorlopend verhaal Sevgili Günlük.




vrijdag 28 oktober 2011

Spitsuur bij Uykusuz

25-10

We vervoegen ons bij Uykusuz om een stuk van hun werkproces mee te maken. Hun kantoor is gevestigd in een parallelstraatje, dichtbij het kabeltreinstation aan het begin van de Istiklal Caddesi, in een achterhuis en heeft aan het formaat en houtwerk te beoordelen duidelijk meer 'established' gebruikers gekend. Er liggen nu motorhelmen van de tekenaars rond en de muren zijn gedecoreerd met affiches en viltstiftcreaties. Het is rustiger dan bij LeMan wat betreft hoeveelheid mensen, maar ondanks de relaxte benadering van de aanwezigen zindert er spanning. Hoofdredacteur Memo Tembelçizer vertelt dat ze in feite al over hun deadline heen zijn. Komt meer voor, dan is de drukker kwaad en moet er onderhandeld worden, maar alles komt goed. Is de generale gedachte.

fragment muurtekening kantoor Uykusuz
Hij is bezig met de pagina's 2 en 3, de actualiteitencartoons. Het systeem hier wijkt alleen lichtjes af van dat bij LeMan: een viertal mensen sturen elk een aantal grappen in, tekst en een simpel schetsje, die gaan langs drie leden van de kernredactie en uit degenen die het meeste paraafjes krijgen wordt door Memo gekozen. Bij Uykusuz zijn de grapbedenkers geen tekenaars.


In andere kamers werken intussen enkele stripmakers aan hun vaste afleveringen. Göksu Gül, de enige vrouw die in het blad tekent, is bezig aan haar 'Bahar ve sosyal çevresi', een serie over een extreem jaloers meisje, haar sexueel verknipte broertje, haar jonge tante en haar lover, en haar hond. 'Beslist niet autobiografisch', bezweert ze. Ze vertelt ooit uit Penguen te zijn gezet wegens teveel amateurisme, wat niet is af te lezen uit haar huidige tekenwerk. Göksu heeft daarvóór zelfs in Spanje gepubliceerd, in het spaans/turkse boek Istanbul Zombi 2066 (Mery Cuesta).


Verderop zit een andere jonge tekenaar te zweten. Cihan Kiliç is er nog niet uit hoe zijn verhaal deze week gaat lopen, er staan enkel nog wat potloodkrabbels op papier. Toch laat hij zich graag even afleiden om te vertellen dat hij drie jaar grafische school heeft gedaan, bij het ontwerpen van dozen is afgehaakt en nu voor civiel ingenieur studeert. Hij begon met striptekenen bij Bülent Üstün's Fermuar, en zit nu 4 jaar bij Uykusuz. Zijn hoofdpersonages zijn de vriendinnenclub van Sinem, wat leeghoofdige snobs die veel met make-up en hun mobieltjes bezig zijn. Cihan koos voor meiden omdat hij die nu eenmaal graag tekent, en uitgekeken was op mannelijke stripfiguren.

cartoon van Cihan Ceylan wordt in Photoshop gekleurd
In de kamer er tegenover is het grafische productiecentrum van het blad gezeteld. Hier kleuren Hakan, Firat en Vasif alle tekenwerk in, waarna het ge-DTP'd kan worden. Letteraar Fatih Kaan (zie eerder in het blog) zit ernaast en vult vrijwel alle tekstballoons.
Tegen het eind van de avond wordt ons gevraagd of we genoeg weten, een stille hint om te vertrekken. De hoofdredacteur zit op hete kolen, ook de actuele cartoons moeten nog getekend worden, en de voorpagina, en de volgende dag moet het toch echt bij de drukker liggen.
...
Het blijkt een onmogelijke race tegen de tijd. Uykusuz haalt de kiosken op de geplande donderdagochtend niet, het wordt vrijdag. We horen later dat zo'n vertraging het blad 6 tot 7000 nummers in de verkoop (alles is losse verkoop) kan schelen.

cover van de (vertraagde) Uykusuz #217

definitieve strip van Göksu Gül

defintieve strip van Cihan Kiliç

donderdag 27 oktober 2011

Turkse strips anno nu 4

Cartoons van Yiğit Özgür, uitgegeven door Mürekkep



Relatiestrips van Oky (Gencer Oktay), uit Uykusuz



woensdag 26 oktober 2011

Spitsuur bij LeMan 2

De handen van Fatih Kaan. Al 25 jaar letteraar van strips, samen met Sevki Şayişman de enige in Istanbul die het vak uitoefenen. Werkt zes tot zeven dagen per week voor de LeMan-bladen en voor Uykusuz, vult ballonnen klaar terwijl u wacht. Niet te vervangen door een computer en haar kunstmatige 'handschrift'-letters. The real thing:




Fatih lettert sneller dan het licht

Turkse strips anno nu 3

Uitgeverij Mürekkep (van weekblad Uykusuz) is een fonds van Turkse stripklassiekers begonnen. Eén ervan is de reeks over 'de held Ridvan' van Bülent Arabacioğlu, die in Gigir stond. Daarvan zijn inmiddels twee delen verschenen. Geheel in stijl is voor de stripherdrukken dezelfde gele steunkleur gebruikt als in het moederblad.