Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 2 april 2012

Kenan Yarar

Met veeltekenaar Kenan Yarar voerden we in Istanbul wat langere gesprekken, daarvan vind je eerder in deze blog het verslag. Een stripserie waarmee hij in Turkije veel aanhang verwierf was 'Hilal' (halve maan), de naam van zijn vrouwelijk hoofdpersonage die een ingewikkelde relatie met Satan heeft. Een aantal van de afleveringen werden gebundeld uitgegeven bij Doğan in 2005. De onderstaande, waarin Hilal terug naar school wordt gestuurd, is van later datum en staat niet in het boek. Hij komt uit maandblad Lombak #10, 2008.
Werk van Yarar in Nederlandse vertaling kun je aantreffen in de tentoonstelling Turkartoon, en bijbehorende krant, vanaf 4 april in stadhuis Utrecht.









woensdag 21 maart 2012

Oude meesters 2

Ook Bahadır Baruter is niet 'oud' (jaargang 1963), maar zeker iconisch te noemen in de Turkse stripwereld. Vooral als beeldenstormende cartoonist en illustrator, en oprichter van de roemruchte maandbladen L-Manyak en Lombak. Baruter zit wel in de Turkartoon tentoonstelling overigens, want nog steeds actief. Onder meer wekelijks bij Penguen, met actuele politieke tekeningen, en de zwarthumoristische 'Lombak'-cartoonpagina die hij met Fatih Solmaz schrijft.

Hieronder een aflevering van de surrealistische tekstloze stripserie 'Subsoul'.
Kijk voor meer van dit fraais op zijn website!


aflevering Subsoul uit L-Manyak 6/1996 ©Bahadır Baruter

maandag 19 maart 2012

Oude meesters

Toegegeven, de titel is wat overdreven. Dat 'oude' tenminste. Striptekenaar Suat Gönülay is slechts van 1965. We kunnen hem helaas niet in de Turkartoon expo of krant opnemen, omdat die zich uitdrukkelijk beperkt tot de 'hedendaagse Turkse strip'. Waarbij wij een limiet hebben genomen van begin 2011 tot nu. Dat is om niet te verdwalen in het onderwerp, die gigantische grabbelton die de Turkse stripwereld is. Gönülay is in die periode niet actief als striptekenaar. En zijn bundel 'Ben Yaşarım', een respectabele poging van uitgeverij Mürekkep om de klassieke meester in de spots te zetten, is van 2010. Maar we moeten iets van hem laten zien. Ja, dat moet gewoon.

Strip uit Penguen 48/2003, niet opgenomen in bovenstaande bundel

dinsdag 7 februari 2012

Sigara içilmez


Vroeger waren Turkse sigaretten een begrip. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland de Amerikaanse sigaretten echter populairder dan de Turkse. Ik weet niet de sigaretten van het merk Black (in een mooi vormgegeven sigarettenpakje) Turks of Amerikaans zijn, maar ik zag het merk voor het eerst in Istanbul.
Maar ook in Istanbul is de boodschap aangekomen dat roken niet goed is voor de gezondheid. Net als in andere grote steden mag op steeds minder openbare plekken gerookt worden. In café’s, hotellobbies en restaurants hangen verboden te roken-bordjes. Niet dat men zich daar altijd iets van aantrekt. Regelmatig wordt er ondanks het verbod rustig doorgerookt. De bediening leek dit geen enkel probleem te vinden.
Dat is wel eens anders geweest. In een ets uit het boek 'Historie der drie laatste Turksche Keizers' uit 1684 worden rokers gruwelijk gestraft. Dit was echter niet om long- en hartklachten te voorkomen, maar om er voor te zorgen dat de voor een groot deel uit houten huizen bestaande stad niet af zou branden.
(aut. Joshua)

woensdag 1 februari 2012

Orhan Pamuk tekenaar?


Dit is een beetje een zijspoor en te rangschikken onder curiosa: de tekeningen van Orhan Pamuk
De wereldberoemde Turkse schrijver en in 2006 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur liet zich in de jaren negentig strikken om columns te schrijven voor Öküz (‘Os’). 
Het blad was opgericht door cartoonist Metin Üstündag die hiermee zijn droom waarmaakte van een fusie tussen een klassiek Turks humortijdschrift en een literair/kunst blad, met een fijne neus voor straatkultuur. 
Üstündag schermde er in de aanloop mee met allerlei gerenommeerde figuren in onderhandeling te zijn, waaronder Pamuk, terwijl hij diens telefoonnummer nog niet eens wist. Op het moment dat het daadwerkelijk tot een gesprek tussen tekenaar en schrijver kwam liet de laatste, geïnteresseerd door de formule van Öküz, zich overhalen. Op voorwaarde dat hij zèlf de illustraties bij zijn column kon maken. Dat kon, zie beneden voor enkele resultaten.

Öküz startte in 1996 als weekblad, maar schakelde na 31 nummers over op maandelijkse verschijning. Het stopte in 2001 en had op zijn hoogtepunt een oplage van 30.000 exemplaren. Oprichter Üstündag is momenteel één van de eigenaren van stripweekblad Penguen.
Een aantal verhalen van Orhan Pamuk uit Öküz zijn in Nederlandse vertaling te lezen in zijn bundel ‘De andere kleuren’ (Arbeiderspers 2008).

cover van Öküz, getekend door Bahadir Baruter
Bovenaan een cartoon van Musa Kart, op de onderste helft van de pagina: tekst en tekening van Orhan Pamuk


maandag 30 januari 2012

Martelaren


Stripmakers die strips over hun eigen leven maken zijn er zat op deze wereld. Stripmakers die in hun eigen strips stèrven alweer stukken minder. En van de stripmakers die in hun strips niet alleen zichzelf maar ook hun vrienden aan hun eind laten komen, en dat keer op keer op keer, is er hoogstwaarschijnlijk maar één. 
Hoe ongeloofwardig het ook klinkt, dit was dus wel het thema van de serie L-manyak Sehitleri (‘Martelaren van L-manyak’) dat eind jaren 90 in het gelijknamige stripmaandblad liep. De strip was een bedenksel van Memo Tembelçizer, nu één van de eigenaren van weekblad Uykusuz. In elke afleveringen beleefde hij met zijn tekenaarsvrienden een avontuur dat steevast in een bloedbad moest uitlopen. De gein ervan steeds nieuwe manieren te vinden om de personages, zichzelf dus, dood te laten gaan. Om dan weer weer fris als een hoentje te herrijzen in een volgend nummer van L-manyak (‘de maniak’, de toegevoegde L teken dat het blad uit de LeMan stal komt).
Hoe zoiets kan gaan staat in onderstaand voorbeeld uit L-manyak #17. Memo gaat uit picknicken met collega’s Bülent Üstün, Mehmet Coşkun, Bahadir Baruter en Andaç Gürsoy, één van de weinige vrouwelijke tekenaars die voor L-manyak werkte (en dat overigens nog steeds doet!). Een nogal willekeurige confrontatie met twee andere picknickers escaleert razendsnel en loopt voor allen gruwelijk af. Zo wordt Memo zelf de grill ingebeukt en rent dan met zijn verschroeide gezicht tegen een reeks bomen aan.
Toen Tembelçizer later overstapte naar maandblad Lombak, nam hij de serie mee. Die werd herdoopt in ‘Martelaren van Lombak’, qua setting meer science-fiction en uiteindelijk minder fataal in zijn eindes.
Tembelçizer's werk kenmerkt zich door kortstondige maar heftige series met autobiografische inslag. Op moment van schrijven loopt van hem in Uykusuz ‘Makul Koca Memoşko, yenilginin kisa tarihi’ (Memootje de Brave Echtgenoot, korte geschiedenis van een nederlaag), met zijn belevenissen als verantwoordelijke jonge vader...

L-manyak met covertekening van Bahadir Baruter

Openingspagina van 'Martelaren van Lombak', uit Lombak #38 (2004)


woensdag 25 januari 2012

Stripmakers onder druk 1


November 2010 verscheen de graphic novel ‘Genç Mustafa’ (uitg. Gaia), een tamelijk serieuze schets van het leven van een jonge Mustafa Kemal die later zou uitgroeien tot de ‘vader der Turken’ Atatürk. Het boek werd geschreven door de historicus Yalın Alpay en getekend door Barış Keşoğlu. Januari 2011 diende een parlementslid van de republikeinse oppositiepartij CHP er een aanklacht tegen in. De reden: belediging van het voormalige staatshoofd. 
Het ging de CHP’er met name om een passage die speelt in 1905. De officier Kemal is gearresteerd wegens activiteiten tegen de sultan, en wordt door de geheime politie in elkaar geknuppeld. Hoewel dit feit niet is gedocumenteerd, is het zeer waarschijnlijk dat de jonge Atatürk zoiets is overkomen. Tot op heden heeft het Turkse politie-apparaat de reputatie weinig zachtzinnig te zijn. 
Het klagend parlementslid deed een beroep op een speciale wet ter beschermng van het imago van Atatürk. Dat de man in het boek wordt afgebeeld in een vernederende positie, geboeid en bloedend reden genoeg voor deze ongetwijfeld politieke move. Want de 130 pagina tellende strip doet eigenlijk heel braaf en gewoontjes aan, de gewraakte scene is zelfs respectvol te noemen met de door zware schaduwpartijen onherkenbare jonge Mustafa. Ja, de strip is waarschijnlijk persoonlijker, menselijker dan een album als ‘Atatürk - geboorte van een natie’ (uitg. Revaş,1998) van tekenaar Mehmet Güldiz, dat bij de VVV te koop ligt en in meerdere talen uitgebracht). Maar voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen waar die dreiging met een gevangenisstraf van anderhalf tot vierenhalf jaar voor nodig is.
Voor zover we kunnen zien, is er nog geen uitspraak in deze zaak gedaan.

De gewraakte passage in Genç Mustafa
Historische strip van tekenaar Mehmet Güldiz

donderdag 12 januari 2012

De eerste karikaturen getekend in Turkije?

Het onderzoek naar het begin van de contacten tussen Turkije en Nederland levert soms onverwachte vondsten op. Zo las ik over Ogier Gisleen van Busbeke, bekender onder zijn Latijnse naam Augerius Gislenius Busbequius. Deze uit de Zuidelijke Nederlanden komende humanist was van 1554 tot 1564 gezant in Turkije voor Ferdinand van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij zou daar een bezoek brengen aan de toenmalige sultan van het Ottomaanse Rijk Süleyman I, de prachtlievende, meerdere planten uit Turkije in het Westen introduceren en vier brieven schrijven over het leven in het Ottomaanse rijk. Zijn roem dankt hij grotendeels aan deze brieven.
Op 8 december 1554 stelde Busbequius een brief samen voor keizer Ferdinand met een verslag over de gebeurtenissen van dat moment. Deze brief werd niet verstuurd, maar vier dagen later omgewerkt tot een veel uitgebreider verslag. Maar de brief is wel bewaard gebleven. Onderaan staan twee tekeningetjes, twee gezichten, misschien wel door Busbequius geschetst. Zijn het portretten? Of hebben we hier te maken met misschien wel de eerste karikaturen die er in Turkije getekend zijn?

(aut. Joshua)




maandag 9 januari 2012

Compilatie

Een compilatie van het Turkse-stripfenomeen. Waar de vroege cartoons en de hedendaagse stripcultuur samenkomen. 
Locatie: Imam Adnan Sokak, de straat waar zich LeMan Kültür Kulüp bevindt, met daarboven de tekenstudio's - de blaadjes waaien uit het raam. 
Uit LeMan Kültür Kulüp komt net Ogüz Aral gelopen, de godfather van de hedendaagse stripbladen, de man die Girgir oprichtte. De straat is bezaaid met stripkranten, met op de voorgrond Uykusuz met op de cover de mascotte. 
Centraal in beeld twee figuranten uit een cartoon uit 1874 van Berberyan (onderschrift: "those who want to take a walk with modern (à la français) mademoiselles will have to learn acrobatism"). 
Rechts van het paar een figuur, sultan Mehmet V, gebaseerd op een cartoon uit 1909. 
Onder de heer met de stelten een andere figuur, gebaseerd op een afbeelding van de sultan Abdülaziz door Panoysan, 1871. 
Helemaal links in beeld een kiosk, waar stripbladen te koop zijn. Een jongen met een traditioneel Turks mouwloos vest; zou het HeroTürk zijn? In de lucht cirkelt de Penguen-mascotte.

(aut. Ronald)

maandag 2 januari 2012

Cornelis Haga

Het Turkartoonproject is één van de projecten die 400 jaar Turks-Nederlandse handelsbetrekkingen vieren. Natuurlijk waren er al eerder handels- en andere contacten tussen Turkije en Nederland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog waren er contacten tussen de Sultan van Turkije en de tegen Spanje rebellerende geuzen, omdat het Osmaanse Rijk er belang bij had dat de Christelijke Europese staten zich niet verenigden in een nieuwe kruistocht tegen Turkije. Uit deze contacten kwam echter niets concreets voort. Al gingen Protestanten en Geuzen zich wel decoreren met insignes in de vorm van een halve maan, vaak met de woorden ‘Liever Turks dan Paaps’ daarin gegraveerd. Het was bekend dat Christenen en Joden in het Osmaanse Rijk godsdienstvrijheid genoten, terwijl de katholieke koning Philips II zijn protestantse onderdanen vervolgde. Dus als belediging naar de Spaanse overheerser was dat perfect: die zogenaamde 'wrede', niet-christelijke Turken zorgden beter voor inwoners die een andere godsdienst aanhingen dan de Spanjaarden.
Maar 400 jaar geleden, in 1612, tijdens het Twaalfjarig Bestand met Spanje, werden de banden tussen het Osmaanse rijk en de Republiek der Nederlanden officieel, met de komst van de ambassadeur Cornelis Haga in Istanbul. Hij kwam niet alleen om de handel met Turkije te bevorderen, bovenal was zijn opdracht om iets te doen tegen de Barbarijse zeerovers waaronder de Hollandse koopvaarders te lijden hadden. Barbarije lag in Noord-Afrika, ten zuiden van de Middellandse zee en officieel behoorde dat tot het Osmaanse rijk. Maar in feite had men in Istanbul nauwelijks iets te zeggen over de kapers en zeerovers uit Barbarije. Haga sloot al snel een verdrag waarin stond dat de Hollandse schepen niet gekaapt mochten worden. Dit had nauwelijks de gewenste gevolgen. Tot de negentiende eeuw bleven de Barbarijse zeerovers een probleem. Enig effect kwam van strafexpedities, Michiel de Ruyter bijvoorbeeld heeft op de kapers gejaagd. Maar zodra de vloot weer wegging uit de Middellandse Zee kwamen de piraten terug. Deze zeerovers hebben eeuwenlang in Nederland het beeld bepaald van ‘de Turk’. Ironisch genoeg blijken tientallen van de meest succesvolle piratenkapiteins uit de eerste helft van de zeventiende eeuw van Nederlandse origine.
In 1614 kwam een koerier van de Sultan, Ömer aga, met zijn gevolg naar de Nederlanden om indrukken te verzamelen van de Republiek waarmee ze een verbond hadden gesloten. Ömer aga bezocht niet alleen de Staten-Generaal in Den Haag, hij ging ook naar Utrecht en beklom daar –als eerste Turk- de Domtoren. De Staten-Generaal vond het bezoek van hem en zijn gezelschap echter veel te duur uitvallen en verzocht Haga dan ook te voorkomen dat er vaker van dit soort bezoekjes gepleegd zouden worden.  Dat lijkt gelukt, want van verdere bezoeken uit deze periode is niets bekend.
Haga bleef 28 jaar ambassadeur in Turkije. Lang niet al zijn plannen werden gerealiseerd, maar al met al legde zijn ambassadeurschap de basis voor de eerste bloeiperiode van de Turks-Nederlandse handel in de tweede helft van de zeventiende eeuw.

(aut. Joshua)

donderdag 29 december 2011

Strips voor kinderen? 2

Waar in Nederland vaak gedacht wordt dat strips voor kinderen zijn, lijken in Turkije maar weinig kinderstrips gemaakt te worden. Er zijn wat jeugdtijdschriften die incidenteel strips publiceren gebaseerd op bekende tekenfilmfiguren. Er zijn vertalingen van Belgo-Frankische strips (Kuifje, Lucky Luke, Asterix) en Amerikaanse superheldenstrips. Maar strips voor kinderen van Turkse makelij zijn zeldzaam.

Yurdagün Göker in het karikatuurmuseum Istanbul ©tekening Joshua Peeters

Volgens Yurdagün Göker komt dat omdat (groot-)ouders geen strips kopen voor hun kinderen en de kinderen zelf meer geïnteresseerd zijn in games, televisie en internet. In zijn woorden klinkt iets door van de oude man die beweert dat vroeger alles beter was, maar enige waarde moet er toch aan gehecht worden. Göker heeft vroeger een tijd lang de kinderstrip Keloğlan geschreven en getekend.


Deze serie gaat over een jongetje dat allerlei avonturen beleeft ten tijde van het Sultanaat in Turkije. Hij reist ook naar het buitenland voor zijn fantastische avonturen. In enkele boeken die Göker ons liet zien waren ook science-fiction-elementen, vliegende schotels met buitenaardse wezens. De serie was redelijk populair, hij is ook in andere talen verschenen (onder andere in Duitsland, een land waar Göker ook 11 jaar gewerkt heeft). Toch hield Göker op met het tekenen en schrijven van de avonturen van het jochie met het ronde hoofd. De oplagen waren redelijk voor een kinderstrip, maar er bleek veel gedoe met de uitgever. Bovendien werd zelfs een onschuldige kinderstrip nog politiek gelezen. Göker ontving kritiek op zijn strip, van zowel de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum die betekenissen in de strip lazen die hij er niet in gestopt had. Uiteindelijk bleek het te veel moeite voor een te kleine beloning om de strip voort te zetten.
(aut. Joshua)


woensdag 23 november 2011

De neus van de sultan

De Turkse cartoonist heeft altijd te kampen gehad met door de overheid opgelegde censuur. Daar lopen de hedendaagse cartoonisten tegenaan, maar dat was vroeger niet anders. Tijdens de regeerperiode van sultan Abdülhamid II zou de censuur tot bizarre proporties groeien.
Tijdens de regering van Abdülhamid II verloor Turkije veel van haar land aan Rusland. In 1878 stuurde hij het parlement naar huis en begon hij Turkije als dictator te regeren, geholpen door zijn geheime politie. Hij verbood iedere openbare uiting over hemzelf, zijn sultanaat, het hof of de staat. Maar deze censuur ging nog verder. Omdat Abdülhamid II een hele grote neus had, verbood hij niet alleen woorden als ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘broederschap’, maar ook het woord ‘neus’ omdat wel eens een verdekte toespeling op hemzelf zou kunnen zijn. Deze verboden werkten binnen de Turkse staat, in deze periode worden er geen Turkse cartoons gemaakt. Maar in het buitenland probeerden de in ballingschap verkerende Jong-Turken Abdülhamid II weg te krijgen. Satire, en dus ook cartoons, waren veelgebruikte wapens om de sultan belachelijk te maken. En zijn neus heeft in al deze cartoons een prominente rol.
Neus 1: Anoniem, 01.03.1889 “Abdülhamid II”

Neus 2: Anoniem, 17.09.1908, “Abdülhamid II”

Neus 3: Anoniem, 14.05.1909. “Istanbuls grootste neus”
Er is wel betoogd dat de enorme neuzen die de latere Turkse leiders in cartoons vaak hebben een symbool zijn voor despotisme, afgeleid van de neus van Abdülhamid II. Dat lijkt mij te ver gezocht. Ook in Nederland en Frankrijk bijvoorbeeld komen karikaturen met grote neuzen veel voor in cartoons. Maar het valt niet uit te sluiten dat een Turkse lezer ook een associatie heeft met de neus van Abdülhamid II.
(aut. Joshua)
Neus 4: Ferruh Doğan, jaren ’50 20e eeuw. “De staat, dat ben ik”. Cartoon over de toenmalige Turkse Minister-President Adnan Menderes (1899-1961)

dinsdag 8 november 2011

Katten strips


In een stad die zo vergeven is van katten is het niet vreemd dat ze ook in strips opduiken, er hoofdfiguren in worden zelfs. 
Neem Vicdan van stripveteraan Ilban Ertem. De zeer elegante 'Franquin-achtige' verhalen uit de oude Girgir nu opnieuw uitgebracht door Mürekkep:




Of de Kwade Kat Şerafettin van Bülent Üstün, een half mens-half katachtige Garfield-pastiche die een oude volksbuurt van de stad onveilig maakt. Deze verhalen verschenen eerder in L-manyak en Lombak:. Dit jaar publiceerde Üstün de energieke reeks Gittin gideli bebek! in Uykusuz weekblad.