zondag 23 oktober 2011

Plaats voor vrouwen maken

22-10
Naast de wekelijkse stripkrant geeft uitgeverij LeMan maandelijks ook het damesstripmagazine Bayan Yani uit. De term Bayan Yani wordt in Turkije gebruikt voor zitplaatsen in het openbaar vervoer waar vrouwen ongestoord door mannen bij elkaar kunnen zitten. Het blad is een vreemde eend in de wereld van de strip, op internationaal niveau zelfs uniek te noemen. Het wordt namelijk getekend door en voor vrouwen.
Figret Özdemir, ook van LeMan, stelt Bayan Yani samen. Hij benadert tekenaressen uit eigen gelederen, maar ook daarbuiten, voor bijdragen. Zij zijn vrij in het aanleveren van ideeën en werken die uit op gegeven formats. Enkelen doen dat bij LeMan op de redactie, maar er zijn ook tekenaressen die hun bijdragen vanuit hun woonplek in het buitenland opsturen. De onderwerpen zijn autobiografisch en maatschappijkritisch. Opvallend is de rubriek waarin verschillende tekenaressen ingezonden foto’s van lezers omwerken tot een cartoon.

De acht tekenaressen die het blad tekenen en schrijven leven hier niet van, maar doen dit werk erbij. Elif Nursad Atalan heeft samen met een vriend een galerie en combineert haar werk als striptekenaar met haar werk als beeldend kunstenares. Betül Yilmaz, haar collega, werkt bij LeMan. Als wij hen interviewen zijn Elif en Betül bij LeMan aan het werk voor de volgende Bayan Yani, dat over zo’n week zal verschijnen. Het wordt hun achtste nummer.
De bijdrage van Elif is een autobiografische strip over de leerperiode bij haar vader, die ook kunstenaar is en een galerie bezit op steenworp afstand van haar eigen galerie in Sultanahmet. Zij tekent haar strip met pen en inkt en levert de pagina’s vervolgens in bij de editor, die ze laat inkleuren en in het blad plaatst. Ook haar collega werkt met pen en inkt, maar Betül kleurt haar werk vervolgens zelf in op de computer. Zij maakt voor LeMan autobiografisch werk en publiceert in Bayan Yani stripjes die de spot drijven met het leven van de Turkse vrouw in het algemeen. Zij laat ons haar dagboek zien waarin zij dagelijks tekent wat ze meemaakt met haar man en haar katten. Dit dagboek vormt de basis voor haar werk in LeMan.
De toekomst van Bayan Yani is nog onduidelijk. De tekenaressen schatten de verkoop op 20.000 exemplaren per keer, wat achterblijft bij de verkoop van de LeMan krant, maar die zeker gezien de beperktere en nieuwe doelgroep niet gering is. De tekenaressen willen er graag mee door gaan. Zij zien Bayan Yani als een interessant podium en hebben ideeën genoeg om verder te gaan.
(aut. Mirjam)
strip van Betül Yilmaz in Bayan Yani #7

autobiografische strip van Elif Nurdan, BY#7

strip van Ipek Özsüslü, BY#7

strip van Ramize Erer, BY#7

vrijdag 21 oktober 2011

Strips maken als industrie

Een van de oprichters van Uykusuz Mehmet Çilingir noemt zichzelf Memo Tembelçizer, wat zoveel betekent als  ‘de luie tekenaar’. Niets is minder waar, want in de vier jaar dat Uykusuz nu bestaat heeft hij niet alleen een wekelijkse stripkrant geproduceerd en uitgegeven, maar bovendien meer dan 30 klassieke en eigentijdse stripboeken. Uykusuz is een afsplitsing van Penguen en lijkt op het eerste gezicht op Penguen en LeMan. Maar in praktijk blijkt het er bij Uykusuz toch anders aan toe te gaan dan bij haar voorgangers. Het is een professioneel bedrijf met een productielijn, een organisatiestructuur en een businessplan.

Memo Tembelçizer bij enkele producten van zijn uitgeverij
Het werkproces lijkt bij Uykusuz strakker gestructureerd dan bij de anderen. Waar bij de andere tijdschriften de laatste dagen in een gemeenschappelijke roes wordt gewerkt aan de actuele pagina’s is bij Uykusuz - wellicht doordat de verhalen meer autobiografisch van karakter zijn - minder last minute-stress. De tekenaars leveren hun verhalen op tijd in bij medewerkers die specifiek zijn aangenomen voor het inkleuren van de verhalen. Soms verschijnen zij niet eens op de redactie maar werken vanuit huis. De meer actuele pagina’s worden bedacht door de redactie, die bestaat uit de zes oprichters van de krant. Zij vragen aan specifieke tekenaars die ideeën in strips uit te werken. Jonge tekenaars mogen hun werk inleveren en de redactie beslist of zij mogen publiceren.
Behalve de tekenaars heeft Uykusuz ook twee secretaressen, een receptioniste en een tweetal medewerkers in dienst die verantwoordelijk zijn voor de publiciteit en verkoop. Daarnaast werken er vijf mensen in hun magazijn. De combinatie van een productielijn met een eigen uitgeverij, Mürekkep Basin Yayin (Inkt Uitgeverij), maakt dat Uykusuz efficiënt kan omgaan met hun producten. De nummers die niet verkocht worden komen terug naar de uitgeverij. Die bundelt Uykusuz tot kwartaaluitgaven die weer worden gedistribueerd bij de boekhandels en door verzamelaars worden afgenomen.

Goed voor de tekenaar, goed voor het bedrijf

Memo Tembelçizer vertelt dat de meeste van zijn in totaal 20 tekenaars, waaronder één vrouw, de ambitie hebben om lange verhalen te schrijven. De weekkrant Uykusuz biedt hen de kans tussentijds te publiceren en daarmee een inkomen te verdienen.  Als hun langere verhaal in delen verschenen is in Uykusuz wordt het door de uitgeverij gebundeld en als los stripboek uitgegeven. Tekenaars die zich aan Uykusuz verbinden weten dat zij daarmee voor zichzelf de mogelijkheid creëren om hun ambitie te verwezenlijken.
De verkoop van de bundels, boeken en classics (de heruitgave van series uit oudere tijdschriften zoals bijvoorbeeld Gigir) loopt in de duizenden. Per titel haalt de uitgeverij verkoopoplagen van tussen de 40.000 en 100.000. Mürekkep Basin Yayin laat haar boeken eruit zien als magazines door ze te omhullen met een poster en dan in plastic te verpakken. Deze kunstgreep zorgt ervoor dat de uitgeverij gebruik kan maken van de grote distributiekanalen die dit als eis stellen. Zo komen de uitgaven makkelijk in de boekwinkels terecht.
Van de krant worden er wekelijks 60.000 verkocht. Het zijn vooral studenten die Uykusuz lezen, net als bij LeMan en Penguen. Tembelçizer ziet zijn eigen krant als minder politiek geöriënteerd als LeMan en minder plat in haar humor als Penguen, het tijdschrift dat in haar naam al de belofte aan dierenhumor draagt. Uykusuz gaat over het dagelijkse leven, wel over het nieuws, maar niet over de politiek.

Toekomst

In de toekomst zou Uykusuz haar bedrijf willen uitbreiden met een comicstore. Daar kunnen de boeken die de uitgeverij drukt verkocht worden, maar er is ook de gelegenheid voor tekenaars om hun publiek te ontmoeten. Naar voorbeeld van het 'cultuurhuis' dat LeMan vroeger was zou de boekwinkel ook een rol kunnen vervullen als aanjager van activiteiten als tentoonstellingen, workshops en culturele ontmoetingen.
(aut. Mirjam)

Van grappen over de sultan tot spiegel van de maatschappij

tekening: Ronald van der Heide
20-10

In 1968 werd de Turkse cartoonistenvereniging opgericht. Zij stelden zichzelf tot taak om de solidariteit tussen cartoonisten te stimuleren en jonge getalenteerde tekenaars de kans te bieden zich te presenteren. Zij beschouwden zichzelf als spreekbuis van de Turkse cartoonist in Turkije en daarbuiten. In 1986 werd op initiatief van de Turkse cartoonistenvereniging en de gemeente van Istanbul het Turks cartoonmuseum (İstanbul Karikatür ve Mizah Merkezi) opgericht dat de geschiedenis van de Turkse cartoon herbergt en ontsluit. Hun gebouw wordt ter beschikking gesteld door de gemeente en de collectie en het beheer daarvan is in handen van de vereniging. De vereniging verdient haar inkomsten door de verkoop van boeken in een kleine boekwinkel tegenover de uitgang van de Cistern. Daar in een moeilijk te vinden bovenzaaltje organiseert de vereniging ook tentoonstellingen.
buitenkant van het huidige cartoonmuseum aan de Refik Saydam Caddesi
Grappen over de sultan

De manager van het stripmuseum, Erdoğan Bozok, vertelt ons de geschiedenis van de Turkse cartoon in een notendop. Die begint in 1870 bij een spotprent die een onbekende tekenaar maakte van een bekende eigenaar van een krant, Garabet Panosyan. Hij is afgebeeld met ezelsoren. Na deze spotprent volgden er anderen. Vooral de sultan werd herhaalde malen op de hak genomen. Er is een prachtige prent waarin een man met een röntgenstraal het binnenste van de sultan, dat niet uit botjes, maar uit juwelen en sieraden bestaat, blootlegt. Omdat het in Turkije verboden was om mensen af te beelden signeerden tekenaars hun cartoons niet. Later plaatsten zij onder hun werk een pseudoniem.

Glimlachen om de heersende modes

Pas aan het eind van de Ottomaanse periode, rond 1900, vlak voor de val van het Ottomaanse rijk, gingen tekenaars hun werk signeren met eigen naam. Toen ontstonden ook de eerste cartoonmagazines. Een van de oudste was Djem, genoemd naar de uitgever. In Djem zijn de teksten nog in de Ottomaanse kalligrafie. Je moet het van achteren naar voren lezen. De verhalen zijn geschreven en worden geïllustreerd met cartoons. Met een milde vorm van humor werden in dit tijdschrift de heersende modes op de hak genomen.
cartoon uit Djem
Het is in deze periode dat er voor het eerst cartoonisten in de gevangenis terecht kwamen omdat zij de wet of de autoriteit te direct ter discussie stelden. Tijdschriften kwamen en gingen terwijl de macht van de sultan afkalfde en de republiek geboren werd. Van een aanklacht op de machtsstructuren gingen cartoonisten zich steeds meer richten op het bekritiseren van het alledaagse leven. Cartoons verloren steeds meer hun politieke connotatie en kregen meer en meer een sociale context.

Tekenaar wordt kunstenaar

Na de tweede wereldoorlog maakte Turkije kennis met de cartoons uit het westen. De stijlen van de westerse tekenaars begonnen het werk van de Turkse cartoonisten te beïnvloeden. Er ontstond een school van tekenaars die door hun opleiding aan de kunstacademie onderlegd waren in de klassieke beeldtaal uit het westen en tekenen gingen beschouwen als een autonome kunstvorm. De tekst verdween uit het beeld en de cartoonist werd een kunstenaar. Een van de bekendste exponenten van deze nieuwe groep Turkse tekenaars is Turhan Selçuk. Zijn werk kreeg in tegenstelling tot dat van zijn voorgangers internationaal bekendheid. Omdat hij geen tekst gebruikte konden ook lezers van buiten het Turkse taalgebied zijn werk ‘lezen’.

Tekstballon krijgt een tweede leven

In 1973 richtte Oguz Aral Girgir op. Hij zette zich daarmee af tegen de artistieke cartoon en wilde terug naar de maatschappelijke betrokkenheid van de cartoons van vóór de Tweede Wereldoorlog. Zijn doelgroep waren niet de kunstliefhebbers maar het gewone volk, de Turken die leefden in de buitenwijken en alles behalve geschoold waren in het ontcijferen van de klassieke beeldtaal. Aral bracht de tekst terug in de cartoon en begon weer te werken met ballonnetjes. Girgir verscheen eerst als bijlage bij een krant, maar werd al snel een zelfstandig magazine. Voor de huidige magazines als LeMan, Penguen en Uykusuz is Girgir het voorbeeld. Hun manier van werken en de opbouw van hun product zijn geënt op Girgir.

De macht van de cartoon die de gevestigde orde op de hak nam werd zo groot dat naast de cartoontijdschriften ook dagelijkse cartoons verschenen in de dagbladen. De invloed van de cartoonisten was enorm, zo groot zelfs dat de eigenaars van de kranten deze bedreigend gingen vinden. Steeds meer kranten werden gerund door zakenlui die de kritische houding van de tekenaars op de gevestigde orde bedreigend vonden voor de positie van hun product en henzelf. Zij hadden de politieke en economische machthebbers juist nodig om hun positie te verankeren. De kritische functie kwam daardoor vooral neer op de stripkranten en dat is een situatie die tot de dag van vandaag is blijven bestaan.

De artistieke cartoon overleeft

Naast Girgir en haar opvolgers leefde ook de artistieke cartoon verder. De makers van deze cartoons hadden het echter moeilijk. Vaak verdienden zij onvoldoende met het verkopen van hun werk om rond te komen en moesten een baan naast hun kunstenaarschap hebben. Vaak deden zij om bij te verdienen illustratiewerk of reclamewerk voor zakenlui. Het zijn deze soort cartoonisten die de bescherming zoeken en vinden bij de Turkse cartoonistenvereniging. Via de vereniging kunnen zij hun werk tentoon stellen en bekendheid geven.
Cartoonist Ibrahim Tapa en museum manager Erdoğan Bozok tonen de 'canon' van de Turkse cartoon
Yurdagün Göker is een van deze tekenaars die zichzelf beschouwen als kunstenaar. Hij is somber over de toekomst van de artistieke cartoon in Turkije. Hij hekelt de 'luiheid' van de jonge generatie die zich niet meer wil verdiepen in de klassieke beeldtaal en zoekt naar makkelijke strips waar met tekst de beelden worden uitgelegd. Bladen als LeMan en Penguen spelen volgens hem slim in op deze hang naar gemak. Walt Disney, manga en het internet hebben de jongeren verpest en zorgen ervoor dat de ware artiest sappelend door het leven moet.
(aut. Mirjam)
souvenirwinkel bij de Basilica Cistern waar de boeken van de Turkse cartoonistenvereniging worden verkocht, op de verdieping erboven is hun galerie en directiekantoor gevestigd

donderdag 20 oktober 2011

Cartoonmuseum

tekening: Ronald van der Heide

19-10

Woensdagmorgen is uitgekozen om een bezoek te brengen aan het Karikatur Müsezi, het cartoonmuseum dat is opgericht door de Turkse cartoonistenvereniging. Volgens onze vanuit Nederland verzamelde informatie gelegen aan de Kovacilar sokak, een zijstraat van de Atatürk boulevard, en gewoon dagelijks geopend. We hebben zelfs de naam van een conservator gekregen die ons daar kan helpen.
Na enig speurwerk komen we op een bouwplaats uit, het museum blijkt verkast. Niemand ter plaatse heeft enig idee waarheen...

huidige staat van het cartoonmuseum op het officiële adres
Gelukkig krijgen we 'savonds hulp van striptekenaar Kenan Yarar en zijn vriend de cineast Onur Uysal, met wie we gisteren zijn wezen eten. Na wat bellen en mailen komen ze achter het nieuwe (tijdelijk?) adres van het museum, en regelen meteen een afspraak voor donderdagmiddag. Wordt vervolgd dus!
stripbladen in een gewone kiosk onderweg

een 'Rembrandtje' van Turhan Selçuk uit 1958

Intussen wordt het blog bijgewerkt op de snellere internetverbinding in de redactieruimte van LeMan. We maken zo zijdelings ook de beoordelingsgesprekken mee die M.K.Perker levert met aankomende cartoonisten. Woensdag is de vaste inloopmiddag waarop ieder met enige ambitie om voor het blad te werken zijn portfolio kan tonen.
(aut. Albo)
kantoor van de eindredactie van LeMan

originele Oguz Aral aan de muur van LeMan Kultur Cafe

woensdag 19 oktober 2011

Eerste werkdag

tekening: Ronald van der Heide

18/10

We zijn afgelopen nacht in Istanbul aangekomen. Na het ontbijt van het hotel in Sultanahmet naar de wijk Taksim gelopen, waar zich het centrum van de cartoon- en stripscene van de stad afspeelt. Het is zo'n 4,5 kilometer naar onze eerste bestemming, het pand waar de bladen van de LeMan-groep gemaakt worden, aan de Imam Adnan sokak (=straat). We doen er langer over dan google maps heeft begroot, de stad begint net in al zijn glorie op te staan en je komt ogen en oren te kort onderweg. Bovendien is de weg na de Galatabrug opeens erg steil omhoog.
LeMan is gemakkelijk te vinden. Op begane grond bevindt zich het LeMan Kultur Cafe, een hippe hang-out ernstig gedecoreerd met alles strip. Het is om half twaalf nog gesloten. De mensen die schoonmaken vertellen ons dat dinsdag altijd de dag is dat iedereen van LeMan uitslaapt. Maandags komen alle tekenaars in het pand bijeen en wordt de vulling van de eerste twee pagina's van het weekblad getekend. Dat zijn grotendeels cartoons en korte gags die het laatste nieuws behandelen. De rest van het blad, veel strips zijn al eerder bij de tekenaars op hun eigen werkplekken aangemaakt. Ook de voorpagina wordt maandag gemaakt. Dit collectieve gebeuren kan tot diep in de nacht duren, en gaat gepaard met de nodige deadlinestress. Dat je daar even van moet bijkomen hebben we het volste begrip. We besluiten later de middag nog eens te proberen.
In de tussentijd bezoeken we Gon Comics (Çizgi Roman Kitabevi), de enige stripwinkel in Istanbul die we op internet konden vinden. Dat ligt in dezelfde straat als het Goethe Instituut, de Yeni Çarsi Caddesi, op nummer 34A om precies te zijn.
Cenk, de winkelmanager vertelt ons dat de zaak een filiaal is van de Robinson Crusoë boekhandel om de hoek. Hij verzorgt zelf de import van Engelstalig stripwerk, een uitgebreide collectie die in de betere Nederlandse stripwinkel niet zou misstaan: graphic novels, superhelden en flink wat Amerikaanse manga-vertalingen. De laatste populair bij alle Europese jongeren, dus ook die van Istanbul, en leep op ooghoogteplanken opgesteld. Het Engelstalig, en een hoekje Frans, beslaat een groot deel van de winkel, maar er is ook een schap Turks stripwerk, van eigen bodem. Bundels van de bladen Penguen en Uykusuz, van series die daarin liepen, en op zichzelf staande albums. Cenk vertelt dat strips in boekvorm maar een relatief klein deel van het marktsegment vormt. De Turkse strip is bij uitstek iets dat in tijdschriften leeft. De stripboeken die uitkomen zijn ook te vinden in de gewone boekhandels, maar kunnen net zo goed ongemeen populair zijn. Het eerste album met nogal rauwe autobiografische verhalen van de jonge Uykusuz tekenaar Ersin Karabulut is bijvoorbeeld al aan zijn tiende druk toe.
Dat Gon de enige stripboekhandel in Istanbul, of zelfs Turkije is, is een misvatting. Er zit nog een in het Aziatische deel van de stad, horen we, en een in Izmir. Maar nee, stripfestivals kennen ze hier niet. Er was wel iets wat erop lijkt in 2010, Istanbulles, een Frans initiatief waarbij ook 'franco-belgische' stripmakers zijn overgevlogen om hun werk te tonen. Gon doet mee aan de internationale Free Comic Book Day, in mei. En er is, ontdekken we even later als we koffie gaan drinken een paar blokken verderop, een beperkte straatexpo van LeMan-tekenaars. Dat soort initiatieven heb je meer in deze wijk. Zich in levende lijve aan de fans presenteren gebeurt met name tijdens de jaarlijkse (algemene) boekenbeurs.
Als we weer terug zijn bij LeMan worden we welkom geheten door eindredacteur M.K. Perker, een ook in Amerika publicerende en langdurig in New York woonachtige stertekenaar. Tijdens de korte kennismakingsronde -we moeten hierna als een haas naar de redactie van 'concurrent' Penguen, waar via internet een afspraak mee is geregeld- biedt hij ons Utrechtse tekenaars werkruimte in de kantoren aan, en verder alle hulp die we bij de speurtocht nodig hebben.
Daarna is het op naar de Anadolu sokak, aan de andere kant van de Istiklal boulevard, waar op de vierde en vijfde verdieping stripweekblad Penguen en hun uitgever Getto huizen. We spreken hier met één van de vijf kernredactieleden, en grand old man van de Turkse cartoons Metin Üstündag.
(Albo)

Het geweten van Turkije
Volgens Metin Üstündag zijn de striptekenaars het geweten van de Turkse samenleving. Zij geven vrij van competitie, vrij van commerciële of politieke doelen in alle eerlijkheid hun mening over de problemen van de Turkse maatschappij. Zij geven het volk adviezen, ongevraagd en belangeloos. Hun populariteit is groot. Hun werk wordt gekocht, gelezen, geliefd en geloofd. In Turkije is strips maken een professionele industrie voor een volwassen doelgroep met een serieuze behoefte. “Voor Turken is strips maken een therapie: we plaatsen de problemen van onze harten buiten onszelf en maken er een grapje over. Daar worden ze meteen minder zwaar van. Voor mensen in andere landen is dat anders. Daar zijn strips geen noodzaak maar dressing op de sla.”

De opbouw van de krant
De eerste paar pagina’s zijn de redactiepagina’s. Die worden gemaakt door alle striptekenaars samen. Bij Penguen zijn dat er 16. Deze pagina’s gaan over de actualiteit. Alle tekenaars leveren voor deze pagina’s vooraf ideeën aan in schetsvorm. Op de maandagavond  is er redactieavond. Dan bekijkt de redactie alle ideeën die zijn aangeleverd en besluit welke gebruikt worden. De tekenaars die die ideeën hebben aangeleverd gaan hun idee diezelfde avond nog uitwerken. Dat wordt vaak nachtwerk.
Daarnaast heeft elke tekenaar zijn of haar eigen plek in de pagina’s achter de redactiepagina. Elk van hen heeft zijn eigen thematiek. Die van Metin Üstündag, een van de eigenaars van Penguen, is bijvoobeeld man- vrouwrelaties. In het kader van dat thema maakt iedere tekenaar in zijn eigen stijl een bijdrage.
De laatste pagina word gevuld met werk van lezers van het blad, amateurtekenaars. Zij mogen hun werk bij de redactie inleveren. De redactie bekijkt hun bijdragen en selecteert er een aantal uit die zij willen publiceren. De tekenaar wordt dan op de redactiedag uitgenodigd om ter plekke zijn bijdrage af te maken onder het wakend oog van de meer ervaren tekenaars. Zo creëert Penguen een kweekvijver voor jong striptalent en krijgt nieuwe aanwas van nog onbekende, interessante tekenaars. Sommige tekenaars blijven en verhuizen van de achterpagina naar de binnenpagina’s en later zelfs naar de voorpagina.

Het atelier van Rubens
Je kunt de manier van werken vergelijken met die in het kunstenaarsatelier van Rubens. De meester (in dit geval de vijf ervaren tekenaars die de eigenaars van Penguen zijn) krijgt leerlingen en die leiden ze op totdat ze zelf ook meester in de kunst zijn. Eenmaal zover kunnen zij een eigen atelier beginnen waar zij weer meester zijn en zelf leerlingen zoeken en opleiden. Zo is Penguen ontstaan uit Girgir en ontstond Uykusuz weer uit Penguen. Onderling is er een vriendelijke competitie. Er is vooral veel wederzijds respect. Tekenaars wisselen niet van krant. Ze kiezen op basis van artistieke criteria voor een krant en verbinden zich daar ook echt aan. De visies van de verschillende kranten verschilt niet echt.
Zoals Rubens goed kon leven van de inkomsten uit zijn atelier, zo kunnen ook de eigenaars van Penguen goed rondkomen van de opbrengsten van hun krant.  Met een oplage van 70.000 wekelijkse kranten die per stuk voor 2 Turkse Lira (± 80 eurocent) als zoete broodjes over de toonbank gaan verdienen zij genoeg om tekenaars een goed salaris te betalen en degenen die een incidentele bijdrage hebben geleverd een vergoeding uit te keren. Hun eigen inkomsten worden nog vergroot door de maandelijkse en jaarlijkse bundels die in de boekhandels worden verkocht.

De stem van het volk
Na het verschijnen van het nieuwste nummer van Penguen ontvangt de redactie telefoontjes van lezers die reageren op de stripjes die erin stonden. Ook de tekenaars onderhouden via hun sociale netwerken, stripfora en persoonlijke blogs contacten met hun lezers over hun werk. Een maal per jaar ontmoeten tekenaars en lezers elkaar live op de boekenbeurs in Istanbul. Je zou de relatie tussen de tekenaar en zijn publiek kunnen omschrijven als een haat-liefdeverhouding. Hun populariteit laat zich nog het best illustreren aan de hand van een anekdote over Oguz Aral.
Oguz Aral is oprichter van het vermaarde Girgir en de vader van de strip zoals die nu in bladen als Penguen en LeMan verschijnt. Vóór hem was er in Turkije wel de nonverbale strip, maar die werd gerekend tot de beeldende kunsten. Aral introduceerde de strip met tekstballonnetjes en gaf Turkije daarmee een heel nieuw communicatiemedium. Toen Aral stierf - zo gaat het verhaal - sloten alle verkopers in de bazaar hun winkels om naar zijn begrafenis te gaan. Hij was immens populair.
Ook de tekenaars van Penguen staan in de maatschappij in aanzien. Universiteiten nodigen hen uit om colleges te geven over economische, politieke  en sociologische issues. Hoewel de tekenaars geen achtergrond hebben in deze vakgebieden zijn zij wel voorbeeldige observatoren. De manier waarop zij naar de maatschappij kijken en erop reflecteren wordt in de Turkse samenleving hooglijk gewaardeerd
De meeste tekenaars hebben geen specifieke kunstopleiding gevolgd. Zij hebben al doende geleerd om hun observaties om te zetten in beeld en tekst. Je zou hen kunnen vergelijken met een journalist. Alleen: in tegenstelling tot journalisten zijn tekenaars niet verbonden aan een politiek of commercieel doel. Wie verbonden is aan een televisiekanaal of een krant heeft altijd te maken met een kader, een missie of een visie die beperkt wat wel en niet gezegd mag worden. Tekenaars zijn vrij. Zij kunnen reflecteren op gebeurtenissen of situaties in de maatschappij zonder gebonden te zijn aan wat mag of niet. Hun enige restrictie is de redactie. Hun problemen zijn die van het volk.
Bij twijfel is het collectief van de redactie dat beslist of iets wel of niet in de krant komt te staan. Binnen de redactie hebben de oudste broeders het meest te zeggen. Als een tekenaar hen weet te overtuigen dan maakt hij een goede kans. Maar ook de anderen mogen hun mening geven en vinden een luisterend oor. Het prettige aan deze manier van werken is dat als er een strip aanleiding geeft tot een rechtszaak de hele redactie achter de tekenaar staat en diens argumentatie ondersteunt.
(aut: Mirjam)

gevel van Gon Comics
schap Turks stripwerk in Gon Comcs
gevel van het LeMan gebouw, het Kultur Cafe beneden 
de Inktpotters in gesprek met M.K. Perker (geheel rechts) in LeMan Kultur Cafe
kiosk op Istiklal caddesi
kleine straatexpo van stripblad LeMan, gezien vanuit koffiehuis
Metin Üstündag in zijn kantoor op redactie Penguen

vrijdag 14 oktober 2011

Caricaturca 2010

In het kader van Istanbul Culturele Hoofdstad vindt de cartoontentoonstelling Caricaturca/Karikaturka  juli 2010 plaats in kultuur en debatcentrum DEPO. Aanvullend thema van de expo is 'Global/Local' en het bevat ongever 200 werken van zowel Turkse als Duitse, Zwitserse en Nederlandse politieke/sociaalkritische tekenaars. Onder de deelnemers resp. Musa Kart, Mehmet Çağçağ, Sefer Selvi en Güneri Içoğlu (TR); Len Munnik, Willem, Ruben L. Oppenheimer en Bas van der Schot (NL); Burkhard Fritsche, Klaus Stuttmann, Reiner Schwalme en Thomas Plassman (D); Gabi Kopp, Peter Schrank en Markus Urfer (CH).
Organisatie is in handen van het Nederlandse Persmuseum en Mehmet Ulgur van Stichting Röportaj.
Het Persmuseum geeft ook de catalogus uit, die is daar nog te koop voor € 9,50 (ISBN 978-90-73735-15-6).






Meer foto's, m.n. van de opening, op de Flickr pagina van het Persmuseum

donderdag 13 oktober 2011

Intro 3 (rijp en groen)

Onderstaand rijp en groen wat beelden (foto's) van oudere Turkse cartoonweekbladen. We zullen ons hier later meer in verdiepen.
Ze komen uit de collectie van Yakup Karahan (1964). Deze Amsterdammer groeide op in het Turkse Sivas, met superheldenstrip Tarkan en het blad Girgir, dat altijd een week te laat in het stadje arriveerde. Op zijn veertiende stuurde hij zijn eerste cartoons naar de redactie in Istanbul, en ontving daarop een aanmoedigingsbrief met tips van hoofdredacteur Oğuz Aral. En een pen en inkt. Waarmee het hek van de dam was. Yakup bleef cartoons sturen, kreeg daar bij publicatie ook een bescheiden honorarium voor en verhuisde op zijn 18de naar istanbul om een èchte tekenaar te worden.
Zijn allereerste werk (nostalgie!) op foto's 1, 2 en 3, daarna wat covers en inhoud van oude Girgir's, covers van het blad Hıbır en de voorloper van het huidige LeMan: Limon.

Cartoon met snor: Yakup Karahan

Cartoon met deur: Yakup Karahan

Strip: Yakup Karahan
grap: Naci Koc, tekening: Ilban Ertem
Girgir cover van Ergün Gündüz
Links: Orhan Alev & Gürcan Ozkan, rechtsboven: Gürcan Gürsel, rechtsonder: Sukru Yavuz & Gürcan Ozkan
Strip van Erhan Baskürt
Tekening: Bülent Arabacioglu, grappen van Dogan Gunes en Serhat Gurpinar
tekenaar Ergün Gündüz , grap: Yavuz
tekenaar onbekend
tekening: Kemal Aratan
tekening: Can Barslan