woensdag 19 oktober 2011

Eerste werkdag

tekening: Ronald van der Heide

18/10

We zijn afgelopen nacht in Istanbul aangekomen. Na het ontbijt van het hotel in Sultanahmet naar de wijk Taksim gelopen, waar zich het centrum van de cartoon- en stripscene van de stad afspeelt. Het is zo'n 4,5 kilometer naar onze eerste bestemming, het pand waar de bladen van de LeMan-groep gemaakt worden, aan de Imam Adnan sokak (=straat). We doen er langer over dan google maps heeft begroot, de stad begint net in al zijn glorie op te staan en je komt ogen en oren te kort onderweg. Bovendien is de weg na de Galatabrug opeens erg steil omhoog.
LeMan is gemakkelijk te vinden. Op begane grond bevindt zich het LeMan Kultur Cafe, een hippe hang-out ernstig gedecoreerd met alles strip. Het is om half twaalf nog gesloten. De mensen die schoonmaken vertellen ons dat dinsdag altijd de dag is dat iedereen van LeMan uitslaapt. Maandags komen alle tekenaars in het pand bijeen en wordt de vulling van de eerste twee pagina's van het weekblad getekend. Dat zijn grotendeels cartoons en korte gags die het laatste nieuws behandelen. De rest van het blad, veel strips zijn al eerder bij de tekenaars op hun eigen werkplekken aangemaakt. Ook de voorpagina wordt maandag gemaakt. Dit collectieve gebeuren kan tot diep in de nacht duren, en gaat gepaard met de nodige deadlinestress. Dat je daar even van moet bijkomen hebben we het volste begrip. We besluiten later de middag nog eens te proberen.
In de tussentijd bezoeken we Gon Comics (Çizgi Roman Kitabevi), de enige stripwinkel in Istanbul die we op internet konden vinden. Dat ligt in dezelfde straat als het Goethe Instituut, de Yeni Çarsi Caddesi, op nummer 34A om precies te zijn.
Cenk, de winkelmanager vertelt ons dat de zaak een filiaal is van de Robinson Crusoë boekhandel om de hoek. Hij verzorgt zelf de import van Engelstalig stripwerk, een uitgebreide collectie die in de betere Nederlandse stripwinkel niet zou misstaan: graphic novels, superhelden en flink wat Amerikaanse manga-vertalingen. De laatste populair bij alle Europese jongeren, dus ook die van Istanbul, en leep op ooghoogteplanken opgesteld. Het Engelstalig, en een hoekje Frans, beslaat een groot deel van de winkel, maar er is ook een schap Turks stripwerk, van eigen bodem. Bundels van de bladen Penguen en Uykusuz, van series die daarin liepen, en op zichzelf staande albums. Cenk vertelt dat strips in boekvorm maar een relatief klein deel van het marktsegment vormt. De Turkse strip is bij uitstek iets dat in tijdschriften leeft. De stripboeken die uitkomen zijn ook te vinden in de gewone boekhandels, maar kunnen net zo goed ongemeen populair zijn. Het eerste album met nogal rauwe autobiografische verhalen van de jonge Uykusuz tekenaar Ersin Karabulut is bijvoorbeeld al aan zijn tiende druk toe.
Dat Gon de enige stripboekhandel in Istanbul, of zelfs Turkije is, is een misvatting. Er zit nog een in het Aziatische deel van de stad, horen we, en een in Izmir. Maar nee, stripfestivals kennen ze hier niet. Er was wel iets wat erop lijkt in 2010, Istanbulles, een Frans initiatief waarbij ook 'franco-belgische' stripmakers zijn overgevlogen om hun werk te tonen. Gon doet mee aan de internationale Free Comic Book Day, in mei. En er is, ontdekken we even later als we koffie gaan drinken een paar blokken verderop, een beperkte straatexpo van LeMan-tekenaars. Dat soort initiatieven heb je meer in deze wijk. Zich in levende lijve aan de fans presenteren gebeurt met name tijdens de jaarlijkse (algemene) boekenbeurs.
Als we weer terug zijn bij LeMan worden we welkom geheten door eindredacteur M.K. Perker, een ook in Amerika publicerende en langdurig in New York woonachtige stertekenaar. Tijdens de korte kennismakingsronde -we moeten hierna als een haas naar de redactie van 'concurrent' Penguen, waar via internet een afspraak mee is geregeld- biedt hij ons Utrechtse tekenaars werkruimte in de kantoren aan, en verder alle hulp die we bij de speurtocht nodig hebben.
Daarna is het op naar de Anadolu sokak, aan de andere kant van de Istiklal boulevard, waar op de vierde en vijfde verdieping stripweekblad Penguen en hun uitgever Getto huizen. We spreken hier met één van de vijf kernredactieleden, en grand old man van de Turkse cartoons Metin Üstündag.
(Albo)

Het geweten van Turkije
Volgens Metin Üstündag zijn de striptekenaars het geweten van de Turkse samenleving. Zij geven vrij van competitie, vrij van commerciële of politieke doelen in alle eerlijkheid hun mening over de problemen van de Turkse maatschappij. Zij geven het volk adviezen, ongevraagd en belangeloos. Hun populariteit is groot. Hun werk wordt gekocht, gelezen, geliefd en geloofd. In Turkije is strips maken een professionele industrie voor een volwassen doelgroep met een serieuze behoefte. “Voor Turken is strips maken een therapie: we plaatsen de problemen van onze harten buiten onszelf en maken er een grapje over. Daar worden ze meteen minder zwaar van. Voor mensen in andere landen is dat anders. Daar zijn strips geen noodzaak maar dressing op de sla.”

De opbouw van de krant
De eerste paar pagina’s zijn de redactiepagina’s. Die worden gemaakt door alle striptekenaars samen. Bij Penguen zijn dat er 16. Deze pagina’s gaan over de actualiteit. Alle tekenaars leveren voor deze pagina’s vooraf ideeën aan in schetsvorm. Op de maandagavond  is er redactieavond. Dan bekijkt de redactie alle ideeën die zijn aangeleverd en besluit welke gebruikt worden. De tekenaars die die ideeën hebben aangeleverd gaan hun idee diezelfde avond nog uitwerken. Dat wordt vaak nachtwerk.
Daarnaast heeft elke tekenaar zijn of haar eigen plek in de pagina’s achter de redactiepagina. Elk van hen heeft zijn eigen thematiek. Die van Metin Üstündag, een van de eigenaars van Penguen, is bijvoobeeld man- vrouwrelaties. In het kader van dat thema maakt iedere tekenaar in zijn eigen stijl een bijdrage.
De laatste pagina word gevuld met werk van lezers van het blad, amateurtekenaars. Zij mogen hun werk bij de redactie inleveren. De redactie bekijkt hun bijdragen en selecteert er een aantal uit die zij willen publiceren. De tekenaar wordt dan op de redactiedag uitgenodigd om ter plekke zijn bijdrage af te maken onder het wakend oog van de meer ervaren tekenaars. Zo creëert Penguen een kweekvijver voor jong striptalent en krijgt nieuwe aanwas van nog onbekende, interessante tekenaars. Sommige tekenaars blijven en verhuizen van de achterpagina naar de binnenpagina’s en later zelfs naar de voorpagina.

Het atelier van Rubens
Je kunt de manier van werken vergelijken met die in het kunstenaarsatelier van Rubens. De meester (in dit geval de vijf ervaren tekenaars die de eigenaars van Penguen zijn) krijgt leerlingen en die leiden ze op totdat ze zelf ook meester in de kunst zijn. Eenmaal zover kunnen zij een eigen atelier beginnen waar zij weer meester zijn en zelf leerlingen zoeken en opleiden. Zo is Penguen ontstaan uit Girgir en ontstond Uykusuz weer uit Penguen. Onderling is er een vriendelijke competitie. Er is vooral veel wederzijds respect. Tekenaars wisselen niet van krant. Ze kiezen op basis van artistieke criteria voor een krant en verbinden zich daar ook echt aan. De visies van de verschillende kranten verschilt niet echt.
Zoals Rubens goed kon leven van de inkomsten uit zijn atelier, zo kunnen ook de eigenaars van Penguen goed rondkomen van de opbrengsten van hun krant.  Met een oplage van 70.000 wekelijkse kranten die per stuk voor 2 Turkse Lira (± 80 eurocent) als zoete broodjes over de toonbank gaan verdienen zij genoeg om tekenaars een goed salaris te betalen en degenen die een incidentele bijdrage hebben geleverd een vergoeding uit te keren. Hun eigen inkomsten worden nog vergroot door de maandelijkse en jaarlijkse bundels die in de boekhandels worden verkocht.

De stem van het volk
Na het verschijnen van het nieuwste nummer van Penguen ontvangt de redactie telefoontjes van lezers die reageren op de stripjes die erin stonden. Ook de tekenaars onderhouden via hun sociale netwerken, stripfora en persoonlijke blogs contacten met hun lezers over hun werk. Een maal per jaar ontmoeten tekenaars en lezers elkaar live op de boekenbeurs in Istanbul. Je zou de relatie tussen de tekenaar en zijn publiek kunnen omschrijven als een haat-liefdeverhouding. Hun populariteit laat zich nog het best illustreren aan de hand van een anekdote over Oguz Aral.
Oguz Aral is oprichter van het vermaarde Girgir en de vader van de strip zoals die nu in bladen als Penguen en LeMan verschijnt. Vóór hem was er in Turkije wel de nonverbale strip, maar die werd gerekend tot de beeldende kunsten. Aral introduceerde de strip met tekstballonnetjes en gaf Turkije daarmee een heel nieuw communicatiemedium. Toen Aral stierf - zo gaat het verhaal - sloten alle verkopers in de bazaar hun winkels om naar zijn begrafenis te gaan. Hij was immens populair.
Ook de tekenaars van Penguen staan in de maatschappij in aanzien. Universiteiten nodigen hen uit om colleges te geven over economische, politieke  en sociologische issues. Hoewel de tekenaars geen achtergrond hebben in deze vakgebieden zijn zij wel voorbeeldige observatoren. De manier waarop zij naar de maatschappij kijken en erop reflecteren wordt in de Turkse samenleving hooglijk gewaardeerd
De meeste tekenaars hebben geen specifieke kunstopleiding gevolgd. Zij hebben al doende geleerd om hun observaties om te zetten in beeld en tekst. Je zou hen kunnen vergelijken met een journalist. Alleen: in tegenstelling tot journalisten zijn tekenaars niet verbonden aan een politiek of commercieel doel. Wie verbonden is aan een televisiekanaal of een krant heeft altijd te maken met een kader, een missie of een visie die beperkt wat wel en niet gezegd mag worden. Tekenaars zijn vrij. Zij kunnen reflecteren op gebeurtenissen of situaties in de maatschappij zonder gebonden te zijn aan wat mag of niet. Hun enige restrictie is de redactie. Hun problemen zijn die van het volk.
Bij twijfel is het collectief van de redactie dat beslist of iets wel of niet in de krant komt te staan. Binnen de redactie hebben de oudste broeders het meest te zeggen. Als een tekenaar hen weet te overtuigen dan maakt hij een goede kans. Maar ook de anderen mogen hun mening geven en vinden een luisterend oor. Het prettige aan deze manier van werken is dat als er een strip aanleiding geeft tot een rechtszaak de hele redactie achter de tekenaar staat en diens argumentatie ondersteunt.
(aut: Mirjam)

gevel van Gon Comics
schap Turks stripwerk in Gon Comcs
gevel van het LeMan gebouw, het Kultur Cafe beneden 
de Inktpotters in gesprek met M.K. Perker (geheel rechts) in LeMan Kultur Cafe
kiosk op Istiklal caddesi
kleine straatexpo van stripblad LeMan, gezien vanuit koffiehuis
Metin Üstündag in zijn kantoor op redactie Penguen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen