vrijdag 21 oktober 2011

Van grappen over de sultan tot spiegel van de maatschappij

tekening: Ronald van der Heide
20-10

In 1968 werd de Turkse cartoonistenvereniging opgericht. Zij stelden zichzelf tot taak om de solidariteit tussen cartoonisten te stimuleren en jonge getalenteerde tekenaars de kans te bieden zich te presenteren. Zij beschouwden zichzelf als spreekbuis van de Turkse cartoonist in Turkije en daarbuiten. In 1986 werd op initiatief van de Turkse cartoonistenvereniging en de gemeente van Istanbul het Turks cartoonmuseum (İstanbul Karikatür ve Mizah Merkezi) opgericht dat de geschiedenis van de Turkse cartoon herbergt en ontsluit. Hun gebouw wordt ter beschikking gesteld door de gemeente en de collectie en het beheer daarvan is in handen van de vereniging. De vereniging verdient haar inkomsten door de verkoop van boeken in een kleine boekwinkel tegenover de uitgang van de Cistern. Daar in een moeilijk te vinden bovenzaaltje organiseert de vereniging ook tentoonstellingen.
buitenkant van het huidige cartoonmuseum aan de Refik Saydam Caddesi
Grappen over de sultan

De manager van het stripmuseum, Erdoğan Bozok, vertelt ons de geschiedenis van de Turkse cartoon in een notendop. Die begint in 1870 bij een spotprent die een onbekende tekenaar maakte van een bekende eigenaar van een krant, Garabet Panosyan. Hij is afgebeeld met ezelsoren. Na deze spotprent volgden er anderen. Vooral de sultan werd herhaalde malen op de hak genomen. Er is een prachtige prent waarin een man met een röntgenstraal het binnenste van de sultan, dat niet uit botjes, maar uit juwelen en sieraden bestaat, blootlegt. Omdat het in Turkije verboden was om mensen af te beelden signeerden tekenaars hun cartoons niet. Later plaatsten zij onder hun werk een pseudoniem.

Glimlachen om de heersende modes

Pas aan het eind van de Ottomaanse periode, rond 1900, vlak voor de val van het Ottomaanse rijk, gingen tekenaars hun werk signeren met eigen naam. Toen ontstonden ook de eerste cartoonmagazines. Een van de oudste was Djem, genoemd naar de uitgever. In Djem zijn de teksten nog in de Ottomaanse kalligrafie. Je moet het van achteren naar voren lezen. De verhalen zijn geschreven en worden geïllustreerd met cartoons. Met een milde vorm van humor werden in dit tijdschrift de heersende modes op de hak genomen.
cartoon uit Djem
Het is in deze periode dat er voor het eerst cartoonisten in de gevangenis terecht kwamen omdat zij de wet of de autoriteit te direct ter discussie stelden. Tijdschriften kwamen en gingen terwijl de macht van de sultan afkalfde en de republiek geboren werd. Van een aanklacht op de machtsstructuren gingen cartoonisten zich steeds meer richten op het bekritiseren van het alledaagse leven. Cartoons verloren steeds meer hun politieke connotatie en kregen meer en meer een sociale context.

Tekenaar wordt kunstenaar

Na de tweede wereldoorlog maakte Turkije kennis met de cartoons uit het westen. De stijlen van de westerse tekenaars begonnen het werk van de Turkse cartoonisten te beïnvloeden. Er ontstond een school van tekenaars die door hun opleiding aan de kunstacademie onderlegd waren in de klassieke beeldtaal uit het westen en tekenen gingen beschouwen als een autonome kunstvorm. De tekst verdween uit het beeld en de cartoonist werd een kunstenaar. Een van de bekendste exponenten van deze nieuwe groep Turkse tekenaars is Turhan Selçuk. Zijn werk kreeg in tegenstelling tot dat van zijn voorgangers internationaal bekendheid. Omdat hij geen tekst gebruikte konden ook lezers van buiten het Turkse taalgebied zijn werk ‘lezen’.

Tekstballon krijgt een tweede leven

In 1973 richtte Oguz Aral Girgir op. Hij zette zich daarmee af tegen de artistieke cartoon en wilde terug naar de maatschappelijke betrokkenheid van de cartoons van vóór de Tweede Wereldoorlog. Zijn doelgroep waren niet de kunstliefhebbers maar het gewone volk, de Turken die leefden in de buitenwijken en alles behalve geschoold waren in het ontcijferen van de klassieke beeldtaal. Aral bracht de tekst terug in de cartoon en begon weer te werken met ballonnetjes. Girgir verscheen eerst als bijlage bij een krant, maar werd al snel een zelfstandig magazine. Voor de huidige magazines als LeMan, Penguen en Uykusuz is Girgir het voorbeeld. Hun manier van werken en de opbouw van hun product zijn geënt op Girgir.

De macht van de cartoon die de gevestigde orde op de hak nam werd zo groot dat naast de cartoontijdschriften ook dagelijkse cartoons verschenen in de dagbladen. De invloed van de cartoonisten was enorm, zo groot zelfs dat de eigenaars van de kranten deze bedreigend gingen vinden. Steeds meer kranten werden gerund door zakenlui die de kritische houding van de tekenaars op de gevestigde orde bedreigend vonden voor de positie van hun product en henzelf. Zij hadden de politieke en economische machthebbers juist nodig om hun positie te verankeren. De kritische functie kwam daardoor vooral neer op de stripkranten en dat is een situatie die tot de dag van vandaag is blijven bestaan.

De artistieke cartoon overleeft

Naast Girgir en haar opvolgers leefde ook de artistieke cartoon verder. De makers van deze cartoons hadden het echter moeilijk. Vaak verdienden zij onvoldoende met het verkopen van hun werk om rond te komen en moesten een baan naast hun kunstenaarschap hebben. Vaak deden zij om bij te verdienen illustratiewerk of reclamewerk voor zakenlui. Het zijn deze soort cartoonisten die de bescherming zoeken en vinden bij de Turkse cartoonistenvereniging. Via de vereniging kunnen zij hun werk tentoon stellen en bekendheid geven.
Cartoonist Ibrahim Tapa en museum manager Erdoğan Bozok tonen de 'canon' van de Turkse cartoon
Yurdagün Göker is een van deze tekenaars die zichzelf beschouwen als kunstenaar. Hij is somber over de toekomst van de artistieke cartoon in Turkije. Hij hekelt de 'luiheid' van de jonge generatie die zich niet meer wil verdiepen in de klassieke beeldtaal en zoekt naar makkelijke strips waar met tekst de beelden worden uitgelegd. Bladen als LeMan en Penguen spelen volgens hem slim in op deze hang naar gemak. Walt Disney, manga en het internet hebben de jongeren verpest en zorgen ervoor dat de ware artiest sappelend door het leven moet.
(aut. Mirjam)
souvenirwinkel bij de Basilica Cistern waar de boeken van de Turkse cartoonistenvereniging worden verkocht, op de verdieping erboven is hun galerie en directiekantoor gevestigd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen