vrijdag 27 januari 2012
donderdag 26 januari 2012
Vriendschappelijke concurrentie
Een typisch staaltje van de 'vriendschappelijke concurrentie' tussen de grote Turkse stripbladen, en de onderlinge persoonlijke relaties, waar al in het begin van deze blog melding van werd gemaakt, vinden we in het 1000ste nummer van LeMan.
In deze dubbeldikke grootformaat editie, gedrukt op zwaarder papier, wordt in tekst en beeld uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van het twintig jaar oude weekblad. Onder andere met een in tradioneel geel/zwarte strip van nostalgie-expert Güneri İçoğlu en een special van 4 zwart/wit pagina's van fantasy/horror-veteraan Galip Tekin.
En er staan enkel tributes in. Van de hardekerners van weekblad Penguen: Bahadir Baruter, Selçuk Erdem, Erdil Yaşaroğlu en Metin Üstündag; en die van Uykusuz: Memo Tembelçizer en Ersin Karabulut...
![]() |
| Cover van LeMan #1000, januari/februari 2011 (tekening Bahadir Boysal) |
![]() |
| strip van Güneri İçoğlu |
![]() |
| Tributes van de Penguen kopstukken |
![]() |
| Een dagboekpagina over LeMan van Ersin Karabulut |
![]() |
| Onder de strip van Memo Tembelçizer, die zich hier 'Memo, de luie lezer' laat noemen |
woensdag 25 januari 2012
Stripmakers onder druk 1
November 2010 verscheen de graphic novel ‘Genç Mustafa’ (uitg. Gaia), een tamelijk serieuze schets van het leven van een jonge Mustafa Kemal die later zou uitgroeien tot de ‘vader der Turken’ Atatürk. Het boek werd geschreven door de historicus Yalın Alpay en getekend door Barış Keşoğlu. Januari 2011 diende een parlementslid van de republikeinse oppositiepartij CHP er een aanklacht tegen in. De reden: belediging van het voormalige staatshoofd.
Het ging de CHP’er met name om een passage die speelt in 1905. De officier Kemal is gearresteerd wegens activiteiten tegen de sultan, en wordt door de geheime politie in elkaar geknuppeld. Hoewel dit feit niet is gedocumenteerd, is het zeer waarschijnlijk dat de jonge Atatürk zoiets is overkomen. Tot op heden heeft het Turkse politie-apparaat de reputatie weinig zachtzinnig te zijn.
Het klagend parlementslid deed een beroep op een speciale wet ter beschermng van het imago van Atatürk. Dat de man in het boek wordt afgebeeld in een vernederende positie, geboeid en bloedend reden genoeg voor deze ongetwijfeld politieke move. Want de 130 pagina tellende strip doet eigenlijk heel braaf en gewoontjes aan, de gewraakte scene is zelfs respectvol te noemen met de door zware schaduwpartijen onherkenbare jonge Mustafa. Ja, de strip is waarschijnlijk persoonlijker, menselijker dan een album als ‘Atatürk - geboorte van een natie’ (uitg. Revaş,1998) van tekenaar Mehmet Güldiz, dat bij de VVV te koop ligt en in meerdere talen uitgebracht). Maar voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen waar die dreiging met een gevangenisstraf van anderhalf tot vierenhalf jaar voor nodig is.
Voor zover we kunnen zien, is er nog geen uitspraak in deze zaak gedaan.
![]() |
| De gewraakte passage in Genç Mustafa |
![]() |
| Historische strip van tekenaar Mehmet Güldiz |
zondag 22 januari 2012
Porof. Zihni Sinir
Op de Ağahamamı sok. 13 zit het atelier van Porof. Zihni Sinir, een
curieus zijverschijnsel van de Turkse cartoonscene. Porof. Zihni
Sinir ('prof. Nervus Mentalis') is een creatie van Irfan Sayar, een voor ons tot dusver
onbekende cartoonist met een achtergrond bij Girgir. De professor vindt de meest
krankzinnige dingen uit, die in het atelier uitgestald staan. Het
is alsof je de wereld van de creaties van Guust Flater of Willie
Wortel binnenstapt: brillen met klokken erop - 'hoeft niemand je
meer te vragen hoe laat het is' aldus de verkoper - een schoen met
een portemonnee in de neus, een theezakjes-uitknijpmachine, een
handenschudmachine, een fiets met allerlei fratsen waarvan we niet
precies kunnen doorgronden wat daar de bedoeling van is. En
allemaal hand made. De winkel en het atelier blijken de thuisbasis
van een heus imperium, dat workshops organiseer en de prachtigste
rekwisieten en decors bouwt. In de winkel zelf zijn ook boekjes
van Porof. Zihni Sinir te koop, waarin bladzij na bladzij
uitvindingen worden gepresenteerd in cartoonstijl. Het zesde deel
is net uit, en de enorme rijkdom aan uitvindingen overtreft het
toch al indrukwekkende aanbod van de winkel. Of Porof. Zihni Sinir
ook relevant genoeg is voor de expo valt te betwijfelen. Maar hem
ongezien voorbij laten gaan? Daarvoor is-ie te leuk.
(aut. Ronald)
(aut. Ronald)
![]() |
| Front van winkel, met daarachter de werkplaats |
donderdag 12 januari 2012
De eerste karikaturen getekend in Turkije?
Het onderzoek naar het begin van de contacten tussen Turkije en Nederland levert soms onverwachte vondsten op. Zo las ik over Ogier Gisleen van Busbeke, bekender onder zijn Latijnse naam Augerius Gislenius Busbequius. Deze uit de Zuidelijke Nederlanden komende humanist was van 1554 tot 1564 gezant in Turkije voor Ferdinand van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij zou daar een bezoek brengen aan de toenmalige sultan van het Ottomaanse Rijk Süleyman I, de prachtlievende, meerdere planten uit Turkije in het Westen introduceren en vier brieven schrijven over het leven in het Ottomaanse rijk. Zijn roem dankt hij grotendeels aan deze brieven.
Op 8 december 1554 stelde Busbequius een brief samen voor keizer Ferdinand met een verslag over de gebeurtenissen van dat moment. Deze brief werd niet verstuurd, maar vier dagen later omgewerkt tot een veel uitgebreider verslag. Maar de brief is wel bewaard gebleven. Onderaan staan twee tekeningetjes, twee gezichten, misschien wel door Busbequius geschetst. Zijn het portretten? Of hebben we hier te maken met misschien wel de eerste karikaturen die er in Turkije getekend zijn?
maandag 9 januari 2012
Compilatie
Een compilatie van het Turkse-stripfenomeen. Waar de vroege cartoons en de hedendaagse stripcultuur samenkomen.
Locatie: Imam Adnan Sokak, de straat waar zich LeMan Kültür Kulüp bevindt, met daarboven de tekenstudio's - de blaadjes waaien uit het raam.
Uit LeMan Kültür Kulüp komt net Ogüz Aral gelopen, de godfather van de hedendaagse stripbladen, de man die Girgir oprichtte. De straat is bezaaid met stripkranten, met op de voorgrond Uykusuz met op de cover de mascotte.
Centraal in beeld twee figuranten uit een cartoon uit 1874 van Berberyan (onderschrift: "those who want to take a walk with modern (à la français) mademoiselles will have to learn acrobatism").
Rechts van het paar een figuur, sultan Mehmet V, gebaseerd op een cartoon uit 1909.
Onder de heer met de stelten een andere figuur, gebaseerd op een afbeelding van de sultan Abdülaziz door Panoysan, 1871.
Helemaal links in beeld een kiosk, waar stripbladen te koop zijn. Een jongen met een traditioneel Turks mouwloos vest; zou het HeroTürk zijn? In de lucht cirkelt de Penguen-mascotte.
(aut. Ronald)
maandag 2 januari 2012
Cornelis Haga
Het Turkartoonproject is één van de projecten die 400 jaar Turks-Nederlandse handelsbetrekkingen vieren. Natuurlijk waren er al eerder handels- en andere contacten tussen Turkije en Nederland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog waren er contacten tussen de Sultan van Turkije en de tegen Spanje rebellerende geuzen, omdat het Osmaanse Rijk er belang bij had dat de Christelijke Europese staten zich niet verenigden in een nieuwe kruistocht tegen Turkije. Uit deze contacten kwam echter niets concreets voort. Al gingen Protestanten en Geuzen zich wel decoreren met insignes in de vorm van een halve maan, vaak met de woorden ‘Liever Turks dan Paaps’ daarin gegraveerd. Het was bekend dat Christenen en Joden in het Osmaanse Rijk godsdienstvrijheid genoten, terwijl de katholieke koning Philips II zijn protestantse onderdanen vervolgde. Dus als belediging naar de Spaanse overheerser was dat perfect: die zogenaamde 'wrede', niet-christelijke Turken zorgden beter voor inwoners die een andere godsdienst aanhingen dan de Spanjaarden.
Maar 400 jaar geleden, in 1612, tijdens het Twaalfjarig Bestand met Spanje, werden de banden tussen het Osmaanse rijk en de Republiek der Nederlanden officieel, met de komst van de ambassadeur Cornelis Haga in Istanbul. Hij kwam niet alleen om de handel met Turkije te bevorderen, bovenal was zijn opdracht om iets te doen tegen de Barbarijse zeerovers waaronder de Hollandse koopvaarders te lijden hadden. Barbarije lag in Noord-Afrika, ten zuiden van de Middellandse zee en officieel behoorde dat tot het Osmaanse rijk. Maar in feite had men in Istanbul nauwelijks iets te zeggen over de kapers en zeerovers uit Barbarije. Haga sloot al snel een verdrag waarin stond dat de Hollandse schepen niet gekaapt mochten worden. Dit had nauwelijks de gewenste gevolgen. Tot de negentiende eeuw bleven de Barbarijse zeerovers een probleem. Enig effect kwam van strafexpedities, Michiel de Ruyter bijvoorbeeld heeft op de kapers gejaagd. Maar zodra de vloot weer wegging uit de Middellandse Zee kwamen de piraten terug. Deze zeerovers hebben eeuwenlang in Nederland het beeld bepaald van ‘de Turk’. Ironisch genoeg blijken tientallen van de meest succesvolle piratenkapiteins uit de eerste helft van de zeventiende eeuw van Nederlandse origine.
In 1614 kwam een koerier van de Sultan, Ömer aga, met zijn gevolg naar de Nederlanden om indrukken te verzamelen van de Republiek waarmee ze een verbond hadden gesloten. Ömer aga bezocht niet alleen de Staten-Generaal in Den Haag, hij ging ook naar Utrecht en beklom daar –als eerste Turk- de Domtoren. De Staten-Generaal vond het bezoek van hem en zijn gezelschap echter veel te duur uitvallen en verzocht Haga dan ook te voorkomen dat er vaker van dit soort bezoekjes gepleegd zouden worden. Dat lijkt gelukt, want van verdere bezoeken uit deze periode is niets bekend.
Haga bleef 28 jaar ambassadeur in Turkije. Lang niet al zijn plannen werden gerealiseerd, maar al met al legde zijn ambassadeurschap de basis voor de eerste bloeiperiode van de Turks-Nederlandse handel in de tweede helft van de zeventiende eeuw.
(aut. Joshua)
Abonneren op:
Posts (Atom)


















